Julia van Rijn: 'Achteroverleunen kan niet'

Nieuwe scriba Julia van Rijn wil vernieuwing doorzetten
door Wilfred Scholten
[rokdownload menuitem="53" downloaditem="316" direct_download="true"]Kerk in Mokum - december 2011[/rokdownload]

Het is het enige moment in het gesprek dat ze aarzelt en even stil is. De vraag is of een kerkbestuur met een vrouw als voorzitter (Charlotte Venema) en een vrouw als scriba, een ander wordt dan die met twee mannen aan het hoofd, zoals het tot dusver was. ‘Vraag me dat over vijf jaar nog maar eens, of vraag het anderen’, is uiteindelijk het diplomatieke antwoord van Julia van Rijn (53), die zich er kennelijk niet op wil voorstaan dat vrouwen ‘anders’ besturen dan mannen. Glimlachend: ‘Je bent trouwens de eerste die het aan me vraagt. Mensen zijn er niet mee bezig of durven het niet aan te roeren.’


Julia van Rijn. Foto: Bas JongeriusKennismakingsrondje
Sinds 1 oktober is predikante Julia van Rijn werkzaam als scriba van de Algemene Kerkenraad van de Protestantse Kerk Amsterdam. In die functie moet zij het beleid van de kerk mede vormgeven en uitvoeren. Daarnaast blijft ze anderhalve dag per week verbonden aan de wijkgemeente waarvoor zij al tien jaar werkzaam is: de Muiderkerk in Oost. ‘Om te voorkomen dat ik me door het bestuurlijke werk loszing van waar het allemaal gebeurt, in de kerken zelf. Het gevaar dreigt anders dat ik niet meer weet wat daar leeft.’
Om die reden gaat ze de komende tijd ook een kennismakingsrondje langs de twintig wijkkerken in Amsterdam maken. ‘Ik wil proeven hoe pluriform die kerken zijn en proberen verbindingen tussen de wijken te leggen. Wat de een goed doet, kan voor de ander een stimulans zijn het ook eens te proberen. Ik wil ze verleiden om samen te werken, van elkaar te leren.’

Vernieuwing
Na vijfentwintig jaar dominee te zijn geweest, eerst in Abcoude, toen in Rijswijk en nu in Amsterdam wilde ze wel eens iets anders. Besturen vindt ze leuk, net als ‘beleidsmatig denken’. Bovendien gaat het goed met de kerk van Amsterdam. Er is de laatste jaren nieuw elan gekomen. ‘Gemeenteleden gaan tegenwoordig wat rechter op zitten als ze het over de kerk hebben. Maar als je wilt dat de kerk aan betekenis wint, moet de vernieuwing worden doorgezet, achteroverleunen kan niet.’ Die vernieuwing blijft ook onder haar scribaat een speerpunt. Sterker, het heeft haar speciale belangstelling. In haar studieverlof bekeek ze hoe kerken in New York zichzelf vernieuwen en mensen aantrekken, juist in deze tijd. En onlangs was ze met een delegatie uit Amsterdam naar Londen om daar van kerkvernieuwing te leren. ‘Wat me opviel was dat er scherpe keuzes worden gemaakt, dat professionaliteit hoog in het vaandel staat en dat er ook veel geld is om vernieuwing gestalte te geven.’ De kerk van Amsterdam is wat dat betreft een stuk ‘armer’, al is er wel geld om gedurfd te investeren als dat nodig is. Zo is er een nieuw kerkgebouw in Osdorp gekomen en wordt de Elthetokerk in de Indische buurt momenteel verbouwd en uitgebreid met een leefgemeenschap.

Kerk in de buurt
Wat Julia van Rijn beviel in New York was dat kerken daar mensen uit de buurt lieten participeren in de diensten, zodat hun activiteiten een rol krijgen in de liturgie en preek. Als voorbeeld noemt ze een buurtproject om racisme te bestrijden. Het kreeg een plek in de eredienst. ‘Dat is echt kerk in de buurt, geen eenrichtingsverkeer. Een spannend experiment.’
Dat betekent overigens niet dat kerken alles moeten overnemen. ‘Mijn criterium is altijd geweest: wat ook in een buurthuis kan, hoeft niet nog eens in een kerk te gebeuren.’ Wat ze ook leerde van haar buitenlandse ervaringen is dat er best verder nagedacht mag worden over de missie van de kerk. In Amsterdam is dat ,,Gods liefde in de stad gestalte geven’’. In New York werd dat concreet gemaakt met de vraag: wat vraagt God van ons als kerk en als persoon in deze tijd? ‘Het gaat om onze roeping, om het geloofsgesprek. Dat mag best weer eens opnieuw gevoerd worden. In veel wijkkerken gebeurt dat gelukkig al.’
Dat de scriba een vrouw is die met haar tijd meegaat, blijkt uit haar pagina op Facebook en haar regelmatige tweets op Twitter. ‘Vind ik dat leuk? Ja’, zegt ze. ‘Heb ik er altijd tijd voor? Nee. Maar ik probeer het te doen, zo inhoudelijk mogelijk. Ook op de sociale netwerken hoort de kerk thuis.’