De grote onbekende uit de kerststal
Het verhaal van Jozef
door Ferdinand Borger
Kerk in Mokum - december 2011
Hij stapte in op de Vijzelgracht - lijn 24 in de richting van het Centraal Station - en zag dat de plaats naast mij vrij was. Omvangrijk was hij en achter zijn adem van het rennen. ‘Ik kom even naast u zitten’, zei hij, wurmde het brede lichaam ongevraagd op het bankje en drukte mij tegen het raam. De supermarktblauwe tas zette hij voor zich neer, gevuld en uitpuilend met tweedehands kleren.
Jozef
‘Stoort het u dat ik mijn tas hier neerzet’, zei hij?
‘Helemaal niet’, zei ik.
‘Verkleedkleren’, zei de man, zonder dat ik om een verklaring vroeg. Voor een kerstspel, hier vlakbij in een kerk. Ze hebben me gestrikt dit jaar.
‘Laat me raden’, zei ik, ‘engel?’
De rol van Jozef
‘U moet beter weten’, zei de man, ‘met mijn omvang vlieg je niet meer, laat staan dat je veilig van de hemel zou kunnen neerdalen. Ze hebben mij de rol van Jozef toebedeeld, ik mag zagen en timmeren in het kerstspel.’
‘Dat is ook een mooie rol’, zei ik.
‘Ik weet het niet’, zei de man. ‘Weet u wat van de Bijbel?’
‘Jawel’, zei ik.
‘Kunt u me eens zeggen wat voor beeld u van Jozef heeft?’
‘Een brave man, iemand die geen kwaad in het zin heeft, deugdzaam, plichtsgetrouw, timmerman, harde werker, goede vader, misschien een tikje burgerlijk. Een man die in het geboorteverhaal van Jezus niet echt een hoofdrol heeft. Wellicht even met de mond vol tanden staat als Maria, zijn aanstaande vrouw, hem vertelt zwanger te zijn zonder dat ze met hem heeft gevreeën. Maar om eerlijk te zijn: ik geloof niet dat mijn beeld van Jozef direct uit de Bijbel komt, ik heb het meer van schilderijen.’
‘Denkt u dat de rol van Jozef bij mij past?’
Nu bracht de man mij in een lastig parket, ik wist maar al te goed dat het toekennen van burgerschap, deugd en plicht aan iemand niet altijd als compliment wordt opgevat en speelde de vraag dan ook diplomatiek terug: ‘Wat denkt u zelf?’
Maar de man had mij door.
‘U durft dat natuurlijk niet tegen mij te zeggen, van dat burgerlijke en van die plicht’, zei hij.
‘Jawel’, zei ik en loog oprecht. ‘Maar u zou kunnen denken dat ik u van saaiheid beschuldig. Plicht, deugdzaamheid en saaiheid worden niet altijd in een adem genoemd, maar wel vaak in een gedachte gedacht.’
Van saaiheid beschuldigd
Er volgde een harde lach. ‘Hoort u wat u zegt’, zei de man. ‘Van saaiheid beschuldigd. Alsof saaiheid een misdaad zou zijn. Wat is er mis mee? We zouden de saaiheid opnieuw moeten uitvinden, in plaats van ons op te fokken voor de camera’s van al die talentenjachten, waarbij de een na de ander zijn kunstje verricht, denkt geweldig en uniek te zijn, een pirouette draait en een stem opzet in de waan dat men kan zingen. Het stelt allemaal niets voor. Ons land zou gediend zijn met een grote mate van saaiheid, verzeker ik u. De man was een beetje kwaad geworden nu en de lach overgegaan in boosheid, niet-gespeelde boosheid.
De verontwaardiging van Jozef
‘Dat is het!’ riep ik.
‘Wat bedoelt u?’ zei de man.
‘Deze boosheid van u, dat zou ook wel eens de boosheid en verontwaardiging van Jozef kunnen zijn. De woede van een kersverse vader die ziet dat een dolgedraaide machthebber direct na de geboorte erop uit is om zijn kind om te brengen en uit machtswellust alle kinderen onder de twee jaar laat doden. De woede van een man die in actie komt en met vrouw en kind vlucht naar Egypte, nota bene het land dat zijn voorouders ooit zijn ontvlucht omdat ze daar geen vrijheid kenden en werden onderdrukt. De verontwaardiging dat hij uitgerekend naar dat land moet vluchten om het leven veilig te stellen. Misschien was het wel de woede die van Jozef een prachtige man en vader maakte, in plaats van zijn plichtsbesef en brave burgerlijkheid.
De engelen redden het niet
‘Zo heb ik het nog nooit gezien’, zei de man.
‘Ik ook niet’, zei ik, ‘maar u brengt mij op de gedachte door hier naast me te gaan zitten.’
‘Maar hoe ga ik dat spelen?’ zei de man. ‘Het kerstspel is, hoe zeg ik dat, nogal vredig en bij tijd en wijle lievig. Een beetje een roze wolk met engelengezang en zo.’
‘Ik weet niet hoe u dat moet doen’, zei ik tegen hem. ‘Maar: die prachtig zingende engelen die redden het niet met hun gezang over vrede. Zodra ze zijn verdwenen, komt het op daadkracht aan. Zonder een man als Jozef was het allemaal niets geworden.’
Vrede heeft verontwaardiging nodig
‘Bedoelt u dat de vrede van de kerststal ook iets van verontwaardiging nodig heeft?’
‘Misschien wel’, zei ik, ‘en misschien nog wel meer dan dat. De weg naar vrede komt niet tot stand zonder verontwaardiging en kan ook niet zonder een flinke dosis verzet, tenzij de vrede uit de hemel komt vallen. Dat is nogal zeldzaam, helaas.’
‘De tram reed over het Damrak en de man maakte aanstalten om uit te stappen. ‘Ik ga een strijdbare Jozef neerzetten’, zei hij, ‘zoals ze hem daar in de kerk nog nooit hebben gezien.’ ‘Dat is goed’, zei ik, ‘maar kijkt u wel een beetje uit met de engelen en bent u voorzichtig met uw vrouw en het Kind?’
Het verhaal van Jozef nalezen in de Bijbel? Zoek dan het evangelie van Matteüs op, waarmee het Nieuwe Testament begint. In hoofdstuk 1 begint het verhaal over de geboorte van Jezus vanaf vers 18. Het eindigt aan het slot van hoofdstuk 2.
















