VVV - Rouwen en de kerk

betondraad in water

Rouwbegeleiding, project vanuit Ark en Jacobuskapel, wijkkerken in Amsterdam. door Alice van der Laan en Niek Scholten; artikel, Woord & Dienst 2006, nr 22

Voorbereiding

Het is op een zondagmorgen in november dat een groepje gemeenteleden na afloop van de viering en de gebruikelijke kop koffie zich om de tafel schaart, waar inmiddels dozen vol folders verzameld staan met het opschrift ‘Als je partner is overleden’.
Een citaat uit de folder: ‘Soms kan het helpen met lotgenoten bij elkaar te komen. In een groep is er gelegenheid allerlei vragen en gevoelens met elkaar te delen. Zo kun je elkaar weer een eindje verder helpen op je weg’.
Even een uurtje vouwen en de enveloppen vullen. Het rouwgroepenwerk is iets van de hele gemeente!

Ruim drie maanden later is het zover. Met zo’n acht deelnemers en twee begeleiders zitten we in een kring in de huiskamer van de kerk. Koffie ingeschonken, koekjes en zakdoeken paraat, bordje met ‘niet storen’ op de deur, en allemaal een beetje zenuwachtig.
Een kaars wordt aangestoken (‘een teken van licht, warmte en hoop, voor ieder mens’) en een van de begeleiders leest een gedicht voor. Het is heel stil.
Zo beginnen we, tien weken achtereen, ons samen-zijn met ditzelfde ritueel, dat lichtje en die paar woorden. En het maakt eigenlijk niets uit met welke levensovertuiging mensen hier binnengekomen zijn: katholiek, Hare Krishna, moslim, protestant, of ‘ik doe nergens aan, hoor’. De gedichten en teksten roepen altijd veel herkenning op: ‘Het lijkt wel of dit voor mij persoonlijk geschreven is’. Wat geweldig steeds weer te ontdekken dat er dichters en schrijvers zijn, die met hun woorden de taal van het hart en van het leven kunnen spreken!

Veiligheid

Wie een geliefde verloren heeft en een periode van rouw doormaakt, voelt zich als een vreemde in z’n eigen leven, alles is anders geworden en alle houvast lijkt verdwenen. Veiligheid en structuur wegen daarom zwaar in onze groepen: een heldere opbouw van de bijeenkomsten en een stevige leiding. Hoewel de deelnemers – als rechtgeaarde Amsterdammers - meestal bijdehand en assertief genoeg zijn, is er nog nooit iemand geweest die bezwaar maakte tegen het tamelijk strakke programma met de tevoren vastgestelde onderwerpen...
Ook het elkaar respecteren in het anders-zijn behoort tot de ‘spelregels’: beoordeel elkaar niet op levenswijze, visie op partnerschap, of geloofsovertuiging. Vraag liever naar iemands levensgeschiedenis, en nodig uit. Een moeilijke opgave! Soms voegt iemand gewoon een spelregel toe, zoals die keer dat een vrouw, van Surinaamse afkomst, ons allen vroeg: ‘Waarom loopt iedereen gewoon maar binnen? Ik vind het veel fijner als we elkaar allemaal de hand schudden voor we beginnen!’ Zo deden we vanaf dat moment ook; en het was goed.

Pittige thema’s

In die tien weken roepen sommige thema’s heftige reacties op: Wanneer we met elkaar spreken over de vraag ‘Hoe heeft je omgeving gereageerd toen je partner overleed?’ is er vooral de herkenning: ‘Ik ben na het overlijden van mijn man nogal wat vrienden kwijtgeraakt, sommige lieten niets meer van zich horen. Ook in mijn familie ben ik erg teleurgesteld.’ Om dan niet wrokkig of cynisch te worden in een periode van rouw is een hele kunst...
En wanneer de deelnemers durven vertellen – na zo’n week of zeven samen opgetrokken te zijn - hoe het is om ook met de mínder mooie herinneringen aan je partner of aan je relatie verder te moeten leven, is er vooral de opluchting. Als die dingen, waar zelden iemand naar vraagt nu eindelijk eens uitgesproken kunnen worden, in openheid en veiligheid, en zonder tegengesproken te worden.

Energie

Naast alle verschillen in opvattingen en ervaringen zijn de deelnemers het over één ding roerend eens: wat kost rouwen bergen energie! ‘Ik doe bijna niets de hele dag, en toch ben ik doodmoe.’ Geen wonder dat op de vraag ‘Wat verwacht je van de toekomst?’ dikwijls verzucht wordt: ‘Dat ik mijn oude energie en mijn levenslust weer terug krijg!’ Hoe troostend kan het dan zijn wanneer degene wier partner al enkele jaren geleden overleed kan zeggen: ‘Je doet het hartstikke goed hoor, dat hoort er gewoon bij. Geloof me, er kómt een moment dat je weer – heel voorzichtig - kunt genieten van de mooie en goede dingen van het leven’.
Sommige deelnemers (die toevallig bij elkaar om de hoek wonen) maken dat laatste op wel heel bijzondere wijze waar: ‘Wij spelen nu elke week samen een partijtje schaak, met een lekker glas wijn erbij!’

Kerk en rouw

Een groep voor rouwenden, die ervaringen, vragen en emoties willen delen met elkaar. Ook dat is kerk-zijn in een gewone Amsterdamse buurt. Sommigen noemen dat pastoraat, anderen diaconaat. Hoe je het ook wilt benoemen, als kerk kun je mensen in de stad een plek bieden, waar respect, echt openstaan voor elkaar, veiligheid, en aandacht voor ‘de zin van je bestaan’ belangrijk gevonden worden.
In tien weken samen optrekken, elkaar bemoedigen, leren van ieders levenservaring en – misschien wel het allerbelangrijkste! - ruimte krijgen voor het vertellen van je eigen levensverhaal, telkens weer.

Een rouwbegeleidingsgroep in een kerk? Dan zal het zeker wel veel over geloof en over God gaan... Voor de een blijkt ‘de kerk’ een reden om vooral niét mee te doen, voor een ander juist wel: ‘Is het van de kerk? Dan moet het wel goed zitten!’ Wat je ook van de kerk vindt: hoe zou je over dood, gemis en rouw kunnen spreken met elkaar zónder dat het ook af en toe gaat over wat jou ten diepste beweegt? Die vraag komt eigenlijk altijd ter sprake wanneer we aan elkaar vertellen op welke manier afscheid is genomen van degene die overleden is. Dan gaat het over geloof, hoewel niet altijd over kérkelijk geloof. Sommige deelnemers zijn in de loop der jaren soms wat van de christelijke traditie af komen te staan, maar bij het voorbereiden van de uitvaartplechtigheid wordt toch dikwijls geput uit die bron van troost en gegrepen naar de woorden, die ooit eens gezaaid zijn.
En heel vaak is er vanuit de groep ook de vraag: ‘Waarom doen jullie als kerk dit werk eigenlijk?’ Het is goed om dan te kunnen verwoorden dat de kerk iets wil laten zien van Gods liefde en zorg voor alle mensen.

Delen van ervaring

Als wijkgemeenten participeren we in de Stedelijk Werkgroep Rouwbegeleiding. Alle begeleiders van dergelijke groepen, die in verschillende disciplines werkzaam zijn, komen een of twee maal per jaar bijeen om op de hoogte te blijven van elkaars activiteiten en om van elkaar te leren. Zo langzamerhand is het vanzelfsprekend geworden dat wij ‘van de kerk’ daar ook echt bij horen. Het is fijn te merken dat er in de loop der jaren vertrouwen is gegroeid en dat de inbreng en ervaring vanuit de wijkkerken - waar in allerlei maatschappelijke instellingen deze vorm van zorg en begeleiding juist vaak wegbezuinigd is - erg gewaardeerd wordt.

Meedenken

En dan is het al weer september, de groepsleden hebben afscheid genomen van elkaar, de begeleiders hebben teruggekeken: Hoe ging het? Wat kan er beter volgende keer? Wat gaan we in het verslag schrijven? Alweer zit een groepje gemeenteleden om de tafel in de kerk. Zij zijn de ‘meedenkers’. Nu al weer vijf jaar volgen zij predikant en pastoraal medewerker in het begeleiden van de groepen. Een van hen is ‘telefonisch luisterend oor’ voor wie informatie vraagt, om misschien zelf wel te gaan deelnemen aan een groep. Een ander weet de weg in het land van artsen, hulpverleners, maatschappelijk werk en geeft advies met betrekking tot het plaatsen van advertenties. Met elkaar proberen we het rouwgroepenwerk echt iets van de hele gemeente te laten zijn.
‘Kent u iemand in uw straat, die wellicht belangstelling zou kunnen hebben voor onze groepen, gooi dan eens een foldertje in de bus!’

‘Open activiteit’ staat er op de folders. Het is ván de kerk, maar vóór iedereen.

Zelf belangstelling?

In Amsterdam zijn verschillende rouwgroepen, met deelnemers uit de wijde omgeving. Vooraanmelding is noodzakelijk.
Vanuit de kerken zijn er twee organisatoren van rouwgroepen:

Algemene informatie: info@protestantsamsterdam.nl, tel 020 - 53 53 700.

<<< Terug