‘Is Amsterdam in staat een lieve stad te blijven?’ – Joost en Evert-Jan

Twee weken geleden pleitte Femke Halsema voor de Amsterdamse vrijheid. Volgens Joost Röselaers en Evert-Jan de Wijer is die ook in de Bijbel te vinden.

De oudtestamentische profeet Zacharia zou instemmend hebben geknikt bij de beëdigingstoespraak van Femke Halsema als burgemeester van Amsterdam, nu twee weken geleden. Ietwat weemoedig sprak Halsema van de onvermijdelijke verandering van het ­’werelddorp’ Amsterdam in een wereldstad.

Als Zacharia een jongeman met een meetlint ziet lopen – laat ons zeggen, de bijbelse variant van de projectontwikkelaar van vandaag – krijgt de profeet namens de Allerhoogste de opdracht om hem te vertellen dat het nieuwe Jeruzalem ‘dorpsgewijs’ bewoond moet worden. Jeruzalem moet en zal een werelddorp blijven.

Foto: Robert Voorhoeve

Het afgelopen jaar hebben wij met een aantal deskundigen in onze kerken een drietal ‘diners pensants’ georganiseerd over het thema van de lieve stad. Onze deskundigen hebben veel van de wereld gezien en zij prezen Amsterdam om haar kleinschaligheid. Alles is er onder hand- en fietsbereik en met wat fantasie en een vleugje idealisme zou je het ontwerp van de stad als hartvormig kunnen zien.

Tegelijkertijd wordt dit beeld door de werkelijkheid stevig weersproken. De speech van Halsema gaf dat helder en gedecideerd aan. De stad wordt bedreigd door niets en niemand ontziende criminaliteit.

In lang niet alle delen van de stad wordt ervaren dat de toenemende welvaart en ontwikkelingsmogelijkheden er ook voor hen zijn. En het is maar zeer de vraag of de stad waarmaakt waar ze prat op gaat: kan iedereen in deze stad werkelijk zichzelf zijn? Geldt dat ook voor dragqueens, gesluierde vrouwen of orthodoxe ­joden? Kortom: is Amsterdam in staat om een lieve stad te blijven?

De harp en de fluit
Het is duidelijk dat ‘de lieve stad’ geen feit is of een bestaande werkelijkheid, maar eerder een gave en een opgave. De lieve stad bevindt zich niet in het domein van de werkelijkheid, maar eerder in de sfeer van de droom, het verlangen en het visioen. Het is inderdaad iets wat je door profeten moet worden toegefluisterd. Anders zou je het vergeten en doet alleen nog maar het meetlint zijn werk.

De Bijbel heeft altijd een moeizame verhouding met de stad gehad. Voor zijn lezers was het Babel, waar de torens tot aan de hemel reikten en 24/7 het economisch belang voorop ging. Veelzeggend is dat de eerste stad in de Bijbel wordt gesticht door Kaïn, de moordenaar van zijn broertje Abel, op de vlucht voor het feit dat hij inderdaad de hoeder van zijn broeder had moeten zijn.

De waardering van de stad blijft ambivalent. Volgens het boek Genesis worden daar de harp en de fluit bespeeld, het bronzen en ijzeren ­gereedschap gesmeed. Maar ook zint Lamech, een nazaat van Kaïn, daar op zijn eindeloze eerwraak. Het is het Concertgebouw, het haven­gebied en de mocromaffia bij elkaar.

Groot hart
Toch wordt nergens in de Bijbel de droom losgelaten dat het ooit wat zal worden met de stad. Er wordt dan gesproken over een stad ‘doorzichtig als glas’. Een stad die uit de hemel zal neerdalen en waar overal vrede zal heersen. Een stad waar de poorten nooit meer dicht ­hoeven, omdat er geen angst meer is.

Eigenlijk denken wij dat Amsterdam daar altijd van heeft gedroomd. In oude kroegen op de Zeedijk, in de liederen op Keti-Koti en op de boten van de ­Pride. Niet zozeer van vrijheid, want vrijheid heeft onverschilligheid als allernaaste buur. Maar van bevrijding. En dat Mokum daar een maqom voor kan zijn. Dat is Hebreeuws voor ‘plaats’.

Niet alleen de droom van een lieve stad, maar vooral van een stad met lef. En dat is dan weer Hebreeuws voor ‘hart’. Inderdaad vermoeden wij in Femke Halsema een bondgenoot ‘van al die Amsterdammers die zoeken naar vrijheid, naar geluk. Die elke dag hopen, verlangen, soms teleurstellingen verwerken, doorgaan, herinneringen verzamelen en sporen in de stad achterlaten’. In het bouwen en ontwikkelen van een werelddorp met een groot hart, vindt ze ons aan haar zijde.

Sluit Menu