Paula de Jong: “Er is een ander soort werkelijkheid die vorm krijgt in een ontmoeting.”

Ze was twintig en haar verkering ging uit. Met haar vriendje en met zichzelf had ze afgesproken: als dit uitgaat, dan ga ik het klooster in. Aldus geschiedde. Het roepingsverhaal van predikant Paula de Jong.

Kolderiek noemt ze het zelf, maar het was niet voor niets. ‘Liefde en geloof heeft voor mij alles met geloof te maken en in het klooster wordt dat mysterie bestudeerd. Ik dacht: dan moet ik maar daarnaartoe om te kijken hoe ik dit weer rechtbrei. Dus ik gebeld en ik mocht een weekje komen logeren. En het beviel me ongelofelijk om die gebeden en die vieringen mee te maken. Ik zocht een kamer in de buurt en ging daar elke dag heen. Zo rolde ik het kloosterleven in.

Elke ochtend, elke avond samen bidden en tussendoor ruziemaken en toch weer samen bidden

Elke ochtend, elke avond samen bidden en tussendoor ruziemaken en toch weer samen bidden. Dat heeft me zoveel geleerd over de waarde van bidden. Het is niet de vraag óf je gaat bidden, nee je houdt met elkaar dat ritme in stand en als je dat over langere tijd doet, dan doet dat wat. Dan kom je dichter bij het leven, het geheim, de afgrond, hoe je het ook maar noemen wilt.’

Roepingsverhaal

Predikant worden was ‘niet mij idee’. Met een lach: ‘Dit is echt mijn roepingsverhaal.’ Iedere vrijdagavond was er in het klooster een vesper met een meditatie. ‘Als leek mocht ik dat ook een keer doen. Nog voor ik mijn stages had gedaan – ik studeerde inmiddels theologie – mocht ik mijn allereerste preek houden in de Dominicanenkerk in Zwolle, vlak voor de eerste advent. De tekst was uit Lukas 1 waar de engel aan Maria verkondigt dat ze een bijzondere zoon zal krijgen. Het antwoord van Maria is: “De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.” Maria zegt ja.

Ik ben een twijfelkont, maar dit was zo klip en klaar als het maar kan

En de vraag in mijn meditatie was: “Zit Maria ook in de zaal?” Dat was leuk om te doen. Ik liep die kerk uit en het was duidelijk: dit is wat ik moet doen, dit is mijn werk. Ik ben een twijfelkont, maar dit was zo klip en klaar als het maar kan. Het kwam voor mij echt als een verrassing. Ik heb er nooit aan getwijfeld, ook niet als ik dingen moest doen waarvoor ik helemaal geen predikant geworden was. Dit is mijn werk: de Bijbel uitleggen.’

De juiste vragen stellen

Het is een opvallend verhaal, want tijdens dit interview wekt Paula juist de indruk dat ze niet iemand is van de grote verhalen. Ze zoekt naar formuleringen en grijpt als het even kan de kans om een wedervraag te stellen. Dat is wat ze ook graag doet in haar preken en pastoraal werk: mensen helpen de juiste vragen te stellen. Ze gebruikt als voorbeeld het paasverhaal. ‘Richting Pasen gaan mensen vragen stellen: “Was het nou nodig dat Jezus voor onze zonden is gestorven? Dat had van mij echt niet gehoeven.” Dat zeggen ze niet omdat ze het niet willen geloven, maar oprecht vanuit hun menszijn. Daar zit achter dat mensen nog steeds onschuldig vermoord worden. Hun vraag is dus eigenlijk: waarom is er lijden in de wereld?’

We noemen het zingevingsvragen, maar sommige hebben helemaal geen zin

De evangelist Markus vertelt in de Bijbel dat vrouwen op de paasmorgen het graf ingaan en daar een jongeman treffen die zegt: “Jullie zoeken Jezus die gekruisigd is, maar hij is niet hier. Hij is opgewekt. Ga naar Galilea en daar zul je hem zien.” Hij wijst terug naar het begin van het evangelie, want Jezus is zijn werk begonnen in Galilea. Dat is meer dan een cirkelredenering. Je zult hem dus zien als jij je vragen meeneemt naar dat graf. De manier waarop je je vragen stelt, maakt wel uit. We noemen het zingevingsvragen, maar sommige vragen hebben helemaal geen zin. De vraag “Waarom moest hij voor ons sterven?” zal je nooit zin geven. Desalniettemin heb je die vraag en in dat graf kom je erachter: er wordt geen verklaring gegeven. Dat is zo leuk, want het brengt je terug bij de vraag: wat betekent opstanding voor mij? Voor mij betekent het dat het niet erg is dat ik vragen heb. Dat ik tijdelijk een antwoord vind en op een ander moment weer voor een andere vraag kom te staan.’

Het beste en het slechtste

Paula groeide op in een pastorie; haar moeder is predikant. ‘Ik ging elke zondag naar de kerk en was heel kritisch. Altijd bezig met de vraag: hoe kan het dat het geloof het beste en het slechtste in de mens naar boven haalt? Dat zie je al in de Bijbel. En door met die Bijbel bezig te zijn realiseerde ik mij: dit gaat over mijzelf. Ik ben predikant geworden omdat ik met elkaar de Bijbel lezen en je eigen verhaal daartegenaan lezen het leukste vind dat er is.

Ik ben predikant geworden omdat ik met elkaar de Bijbel lezen en je eigen verhaal daartegenaan lezen het leukste vind dat er is 

Ik heb hier in de Nieuwendammerkerk een keer een groep kinderen gehad die kwam zingen voor de ouderen bij de kerstmaaltijd. Bij de kerstboom, die hier tot aan het plafond komt, riepen ze oh en ah en we kregen een heel gesprek over geloven. “Waarom zou je geloven?” vroeg er één. Toen heb ik gezegd: “Het leven is een geschenk dat je ontvangt. De Bijbelteksten helpen mij om daarbij te komen. Wat is dat geschenk? Hoe ga je daarmee om?”

De mens is alleen

Ik lees zo’n Bijbelverhaal en nog een keer en dan realiseer ik mij dat het uit heel veel lagen bestaat. Karel Eykman zegt het mooi in zijn boekje “Jezus van mens tot mens”. Stel je eens voor, schrijft hij, dat iemand uit een boek zomaar naast jou komt zitten en dat je daar een gesprek mee kunt voeren. Dat is wat er gebeurt, denk ik. Er is echt een ander soort werkelijkheid die vorm krijgt in een ontmoeting.

Er is echt een ander soort werkelijkheid die vorm krijgt in een ontmoeting

De Londense predikant Samuel Wells heeft dat, vind ik, mooi verwoord: het probleem van de mensheid is het isolement. We blijven alleen. Als jij ziek bent, ben jij degene die dat moet zien te klaren. Je kunt om elkaar heen staan, maar je kunt elkaars pijn niet dragen. En dan te weten dat je toch niet alleen bent. Dat het leven een geschenk blijft, ook al denk je op sommige momenten: ik geef het terug, want het is niet meer te doen.

Het leven blijft een geschenk, ook al denk je op sommige momenten ik geef het terug, het is niet te doen

Dat daarover door die Bijbelverhalen met jou gesproken wordt door iemand of iets anders dan mijn eigen gedachten of mijn vrienden die mij al dan niet bevestigen. Ik heb de grappige ervaring dat hoe meer mensen je tegenkomt in het gemeentewerk, hoe meer geschenken je van mensen krijgt. Dat kan zo plat zijn als een kaart wanneer je ziek bent, maar dat is voor mij dus wel zoiets. Soms heb ik een gesprek met mensen en denk ik ineens: dus daarom zit dat Bijbelverhaal zo in elkaar.’

Oefenen om te verstaan

Paula’s predikantsloopbaan begon in 2012 in de Augustanakerk in Bos en Lommer. Ze begeleidde daar het sluitingsproces omdat de wijkgemeente niet langer levensvatbaar was. Toen de kerk in 2015 dicht ging stopte daar ook haar werk en verkaste ze naar de Nassaukerk. Drie jaar geleden begon ze als wijkpredikant voor de Nieuwendammerkerk. Inmiddels hebben haar werkzaamheden zich uitgebreid. De predikanten van de andere wijkkerken in Noord, de Bethelkerk in Tuindorp-Oostzaan en de Ark in de Banne, zijn in de tussentijd met pensioen gegaan. Recent is besloten dat de Bethelkerk en de Ark samen kerkdiensten gaan houden in de Bethelkerk. De Ark zal worden ingezet voor diaconale projecten en blijft de uitvalsbasis voor pioniersplek Zinnig Noord.

Een kerkdienst is een oefening om met elkaar te komen tot verstaan.

Paula: ‘Kerksluiting is een deel van mijn kerkelijke geschiedenis en ik vind het verschrikkelijk.’ Het is misschien niet voor niets dat haar roepingsverhaal staat als een huis. ‘Geloven is zo persoonlijk, het is een wonder dat we dit in de kerk gezamenlijk vormgeven. Ik vind het ouderwetse woord voor kerkdienst mooi: ‘godsdienstoefening’. Het is een oefening om met elkaar te komen tot verstaan.’

Tekst: Matthijs Hoogenboom (communicatie PKA)

Foto’s Paula: Sandra Haverman
Foto Nieuwendammerkerk: Matthijs Hoogenboom

Andere interviews in deze serie vind je hier.