Pinksteren: een nieuw geluksideaal

René Frogers nummer ‘Alles kan een mens gelukkig maken’ dateert uit 1989. Ik groeide er mee op. Henk Westbroek  schreef de tekst, naar eigen zeggen op een moment dat hij ‘zo stoned was als een aap’. Maar blijkbaar had hij ook de geest: in een kwartier werd één van de succesvolste nummers uit de Nederlandstalige muziekgeschiedenis geboren. Ruim dertig jaar later is de tekst er alleen maar actueler op geworden.

Alles kan een mens gelukkig maken. Nou ja, bijna alles. Veel Amsterdammers zullen de vraag ‘ben je gelukkig’ onmiddellijk met ja beantwoorden. Onze stad grossiert in prachtige spullen, boeiende evenementen en lieve mensen. Het CBS hanteert tegenwoordig een ‘breed’ geluksbegrip. Ruimer dan economisch, betekent dat. Ook in een samenleving die sterk op materie is ingesteld, blijven mensen goed beseffen dat geluk breder is, vaak ook eenvoudiger. Noem het ‘de wet van Froger’: een zingende merel, een vers kopje thee, de aanblik van de grachten of een fraaie zonsondergang.

Toch wou ik dat ik net iets vaker simpelweg gelukkig was. De afgelopen eeuwen zijn we met elkaar gaan geloven dat we ‘geluksprogressie’ kunnen maken. Inderdaad zijn onze omstandigheden spectaculair verbeterd, als je denkt aan veiligheid, welvaart en gezondheidszorg. Maar zijn we ook gelukkiger? De pyramide van Maslow wordt vaak genoemd: als je basale behoeften bevredigd zijn, komen er andere wensen op je agenda. Je beeld van geluk verandert maar het geluk neemt niet per se toe. Misschien wordt het zelfs moeilijker om gelukkig te zijn naarmate je hoger komt (in het beeld van de pyramide). De stelling dat moderne Westerse mensen gelukkiger zijn dan mensen in andere tijden en culturen is lastig te bewijzen. Maar voor het idee dat Westerse mensen ongelukkiger zijn, bestaan tal van argumenten. Er is veel cynisme, moedeloosheid, angst om te verliezen wat we hebben. Een woord dat nog nooit eerder in de menselijke geschiedenis begrijpelijk was, snappen we nu gevoelsmatig allemaal: geluksdruk. Alles móet een mens gelukkig maken. Of ik moet van mezelf net iets vaker simpelweg gelukkig zijn.

In een recent boek betoogt de Zweedse filosoof Carl Cederström dat de 20ste eeuw een kenmerkend geluksideaal heeft opgeleverd: authenticiteit, genot en zelfontplooiing. Dat heeft ons veel gebracht, totdat de marketingindustrie zich er meester van maakte. Toen het allemaal móest, werkte het niet meer. Volgens Cederström is er iets veranderd. Dertig jaar na Froger kunnen we simpelweg niet meer echt gelukkig zijn. Hij pleit daarom voor een andere manier van denken, een nieuw geluksideaal.

Of zou het ook een oud ideaal kunnen zijn? Pinksteren is de verjaardag van de christelijke kerk. Goede Pinkstertheologie heeft twee componenten. Ten eerste: alles, ja alles kan een mens gelukkig maken. God zit in en achter alle dingen. In een paar nieuwe sneakers net zo goed als in een zingende merel. En twee: toch wou ik dat ik net iets vaker simpelweg gelukkig was. Dat je – juist in een tijd van veel geluk – ook luistert naar het tekort, het gemis. Zuchten om wat verloren is of nooit zal zijn. Het komt in de buurt van wat psychiater Dirk De Wachter adviseert. Hij zegt dat het al veel zou helpen als we – met behoud van alles wat ons gelukkig kan maken – af en toe ook ongelukkig durven zijn.

Dat lijkt op het geluksideaal van Jezus. Tot zijn meest beroemde woorden behoren de ‘geluk-sprekingen’ uit de Bergrede. Gelukkig ben je…als je treurt. Als je nederig bent. Als je in de verdrukking zit. Waarom? Zanger Nick Cave vertelde vorige week in Amsterdam over zijn diepe rouw na de dood van zijn zoon. Toch, zei hij, had hij in de afgelopen jaren diepere momenten van geluk gekend dat ooit tevoren. Toch was ik net iets vaker simpelweg gelukkig… Je kan denken dat hij gek geworden is. Maar liever geloof ik dat hij de geest heeft. De geest van Pasen en Pinksteren (in de kern hetzelfde idee). De geest dat elke ervaring een mens gelukkiger kan maken, juist dwars door pijn en tranen heen. De kerk kan het bidden in twee woorden: kom, Geest! Ik wens vandaag alle Amsterdammers iets van deze geest toe.

Tim Vreugdenhil is stadspredikant bij de Protestantse Kerk Amsterdam
Dit artikel verscheen op 8 juni in het Parool.

Sluit Menu