Wethouder Rutger Groot Wassink: ‘Christenen luisteren soms slecht naar Jezus’

Wethouder Rutger Groot Wassink: ‘Het welzijn van mensen bevorderen. Daarvoor zijn wij op aarde.’

Amsterdam als herberg waar wel plaats is
Met kerst heeft wethouder Rutger Groot Wassink niet zo veel. Voordat hij een gezin had, sloot de politiek leider van GroenLinks zich die dagen op in zijn huis in de stad. Om films te kijken, te lezen en na te denken over het leven.

Een moment van reflectie is het kerstfeest nog steeds, ook nu hij vrouw en kinderen heeft. ‘Ik denk dat ik in mijn politieke denken – wat niet religieus geïnspireerd is – op hetzelfde uit kom als christenen. Al vind ik dat christenen soms bijzonder slecht luisteren naar wat Jezus Christus aan hen vertelt’.

Dominee
In zijn werkkamer op de Stopera gaat Groot Wassink graag in op het verzoek om het Bijbelse verhaal van de herberg waar Jozef en Maria geen onderdak konden krijgen, te vertalen naar het Amsterdam van nu. Hij kent de Bijbel goed en strooit opvallend veel met Bijbelse uitdrukkingen, teksten en verhalen. Dat leerde hij op de christelijke basisschool en van zijn moeder, die niet kerks maar wel ‘op een moderne manier ongedefinieerd spiritueel is’. Op het verkiezingsdebat van de Protestantse Kerk Amsterdam ‘Ik geloof in Amsterdam’, onthulde de wethouder dat een grote inspirator van hem nota bene een dominee is: Domela Nieuwenhuis. Zijn standbeeld staat in het Westerpark. Lachend: ’Let wel: een uitgetreden dominee, maar inderdaad ken ik de Bijbel vrij goed en weet van de symboliek van de verhalen. Ik vind religie fascinerend, jammer dat het vaak ontaardt in dogma’s.’

Morele plicht
De symboliek van het Bijbelse verhaal van de gesloten herberg ontgaat de wethouder niet. ’Ik wil dat Amsterdam een herberg is die wel open staat voor mensen die ontheemd zijn en een dak boven hun hoofd nodig hebben. Dat is onze plicht. Ook het vorige college met de VVD erin heeft zich ingezet om de grote stroom vluchtelingen op te vangen. Onder het motto: er is altijd plek in de Amsterdamse herberg.’ De wethouder gaat over de groep ‘ongedocumenteerden’ die door de stad zwerft, omdat ze geen geldige papieren hebben om te blijven of niet terug naar huis kunnen. Sommigen hebben nog procedures lopen bij de IND, anderen kunnen geen kant op. ‘Het zijn de meest kwetsbare mensen in de stad. Je ziet ze bijna niet, want ze willen niet opvallen. Er zijn organisaties als de Protestantse Diaconie Amsterdam die ze zo goed en zo kwaad als het gaat opvangen, zoals in het Wereldhuis. Uit een morele plicht wil ik er voor zorgen dat er veilige plekken, noem het herbergen, voor ze zijn in Amsterdam.’

Herbergen
Bij het aantreden van het college van GroenLinks, D66, PvdA en SP is afgesproken dat er voor deze groep – geschat wordt op 500 tot 600 personen – een 24-uurs opvang komt. In plaats van de sobere bed-bad-broodregeling die er nu is. Ze hoeven dan niet langer overdag op straat te zwerven en kunnen geholpen worden met juridische, medische en praktische ondersteuning. Zelfs het geven van cursussen en stages zou in het ideale geval mogelijk moeten zijn. Dit opvangmodel wordt momenteel samen met vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties, kerken en anderen die zich inzetten voor ongedocumenteerden vormgegeven. Groot Wassink klopt met zijn hand op een notitie op zijn bureau. ’Dit is het. Ik hoop voor kerst mijn definitieve plan naar de gemeenteraad te kunnen sturen, zodat voor de zomer van 2019 er over de stad verspreid een aantal kleinschalige opvanghuizen volop kunnen draaien. Een netwerk van herbergen door de stad heen. Niet alleen in de wijken aan de rand van de stad, maar ook in zuid.’

‘Ik was een vreemdeling’
Van weerstand tegen dit plan wil Groot Wassink niets weten. In Betlehem was immers ook niet iedereen gediend van de ontheemden die een schuilplaats zochten. ‘Ach, ik heb er goede gesprekken over met staatssecretaris Harbers (van asielzaken, red.). Het kabinet is het er niet mee eens, maar het is niet verboden. Wat zouden ze kunnen doen? De ME erop afsturen? De soep wordt niet zo heet gegeten als die wordt opgediend, denk ik dan maar.’
Dat Amsterdammers huiverig zijn voor een dagopvang bij hen in de buurt, gelooft de wethouder ook niet. Toen de actiegroep van ongedocumenteerden, We are Here, panden kraakten die achteraf niet onbewoond waren, werden ze er niet populairder op. ‘Dat zogenaamde vergiskraken was dom, hadden ze nooit moeten doen. Vinden ze zelf nu ook. Maar wat is het alternatief? Dat ze op straat zwerven en daar rondhangen? Alleen al uit veiligheidsperspectief is dat onwenselijk. Vergeet niet: ze hebben niets, zelfs geen perspectief.’
Hij moet even nadenken, maar zegt dan glimlachend: ‘Het is een christelijke plicht. Dat staat toch in Matteüs 25?’ Hij heeft even geen Bijbel bij de hand, maar de tekst laat aan duidelijkheid niets te wensen over: ‘Ik ben hongerig geweest, en gij hebt mij te eten gegeven; Ik ben dorstig geweest, en gij hebt mij te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling, en gij hebt mij geherbergd’. De Bijbelvaste wethouder weet waar hij het over heeft.

Ziel
In de inleiding van het verkiezingsprogramma van GroenLinks schreef Groot Wassink dat hij zich zorgen maakte dat de stad ‘zijn ziel’ verliest. Ook al een christelijk begrip, maar zo bedoelde hij het niet. ‘Ook een stad heeft een ziel, een identiteit. Ik wil daarmee zeggen dat de stad van iedereen is. De macht van het kapitaal is zo dominant geworden, dat het de essentie van deze stad aantast. Amsterdam is altijd een stad geweest waar mensen terecht konden, vluchtelingen,
gewetensvervolgen of kunstenaars. Dat moet zo blijven. Hoe deed Jezus dat ook al weer? Hij joeg de tollenaars en geldwisselaars uit de tempel. Als het moet, dan doen we dat hier ook maar.’
Lachend: ‘Mijn visioen voor de stad is dat we als Amsterdammers open naar elkaar blijven, maar ook meer verbonden. Het doel van politiek is toch het welzijn van mensen bevorderen. Daar voor zijn we op aarde.’

Tekst: Wilfred Scholten

Sluit Menu