Marjolein Moorman: ‘Het moet niet alleen goed gaan met ons, maar ook met de ander’

Marjolein Moorman (PvdA) is wethouder in Amsterdam voor onder meer onderwijs, jeugdzorg, armoede en schuldhulpverlening. Hoewel ze niet is opgevoed met het christelijke geloof, werkt ze graag samen met de Protestantse Kerk Amsterdam (PKA). Ook bezoekt ze regelmatig een kerkdienst. ‘Een mooie preek is toch heerlijk.’ Een gesprek over armoede, Pasen en opoffering. ‘Je moet oppassen met het gebruik van het woord, maar in de politiek draait het natuurlijk ook een beetje om opoffering.’

Koekje

In een zeer persoonlijk boek schreef Marjolein Moorman over haar keuze om de politiek in te gaan. Rood in Wassenaar heet het, verwijzend naar de sociaaldemocratische opvoeding die ze kreeg van ouders die het niet breed hadden in het verder zo rijke villadorp. Ze woonden in een eenvoudige rijtjeswoning waar zij met haar twee broers met een berg schulden achterbleef na de vroege dood van zowel vader als moeder. Het geloof speelde in het gezin geen rol. ‘Mijn vader was atheïstisch en mijn moeder agnostisch’, vertelt Moorman in haar werkkamer op het stadhuis. ‘Ik was wel nieuwsgierig naar wat het geloof inhield, misschien juist omdat ik er niet mee opgevoed was. Een vriendinnetje van mij was katholiek. Ze deed op haar twaalfde communie en vertelde dat ze altijd een lekker koekje kreeg in de kerk. Dat bleek een hostie te zijn, toen ik een keer meeging. Sindsdien kwam ik er regelmatig.’

Wat haar zo aantrok in het geloof waren de Bijbelse verhalen. ‘Ik zat op een openbare school, maar meester Westerhout gaf ons elke maandagochtend een cadeau door een Bijbelverhaal te vertellen. Helemaal uit zijn hoofd. Daardoor heb ik veel kennis opgedaan uit de Bijbel. Toen ik later een blauwe maandag Nederlands studeerde, moest ik natuurlijk nog meer kennis opdoen, anders kun je de Nederlandse literatuur niet begrijpen.’

Je slaapt toch een stuk lekkerder als je weet dat het leven niet alleen om jezelf draait.

Haar echtgenoot Harmen was gereformeerd opgevoed en zijn ouders gaan nog steeds naar de kerk. ‘Dan ga ik graag mee, want een mooie preek is natuurlijk heerlijk.’ Marjolein glimlacht. ‘Het gaat over de grote thema’s in het leven, over bezinning, naastenliefde en saamhorigheid. Heel interessant. Veel daarvan heeft te maken met waar ik als sociaaldemocraat voor strijd, zoals solidariteit en naar elkaar omkijken.’

 

Filosofisch

De waarde van het geloof, zo vertelt ze, is ook dat ze zichzelf dwingt om stil te staan bij waar het in het leven om draait. ‘Ik begrijp dat het mensen houvast, troost en ook hoop kan geven’, schrijft ze in haar boek. Ze vult aan: ‘En ook gemeenschapszin. Mijn kinderen zijn ook wel eens naar de zondagsschool gegaan als ze bij hun opa en oma logeerden. Daar kregen ze waarden mee die van groot belang zijn, ook cultureel. Het is bijna filosofisch: wie ben jij ten opzichte van anderen? Ik geloof ook in iets: in de medemenselijkheid en dat je een betere samenleving krijgt als je het samen doet en voor elkaar opkomt.’

Een levensmotto van de wethouder is ‘dat het niet alleen goed moet gaan met ons, maar ook met de ander’. Dat zou zomaar een Bijbelse uitspraak kunnen zijn. Lachend: ‘Ik geloof dat echt, daar ben ik van overtuigd. Je slaapt toch een stuk lekkerder als je weet dat het leven niet alleen om jezelf draait. Ik ga over het onderwijs in de stad en dan spreek ik altijd over onze kinderen, waarmee ik alle leerlingen in Amsterdam bedoel. Want in feite zijn we met z’n allen verantwoordelijk voor hen.’

 

Empathie

De strijd tegen ongelijkheid in kansen is de grote drijfveer van Moorman. Vandaar dat ze om de paar maanden naar De Ark in Amsterdam Noord komt, een van de kerkgebouwen van de Protestantse Kerk Amsterdam. Diaconaal opbouwwerkers Huub Walewijn en Jeanette de Waard helpen daar mensen in armoede en met schulden voor zichzelf op te komen en te verwoorden waar ze tegen aan lopen. Dat zijn vaak de regels die de overheid goed heeft bedoeld, maar die in veel gevallen tot nog grotere problemen leiden. De wethouder neemt dan altijd een paar ambtenaren mee om naar ze te luisteren. ‘Het is heel mooi. We zitten in een kring, steken een kaars aan en luisteren naar elkaar. Mensen ontmoeten lotgenoten.’

We zitten in een kring, steken een kaars aan en luisteren naar elkaar.

Maar wat nog belangrijker is: de bestuurder en haar ambtenaren horen dan precies wat er vaak onbedoeld fout gaat. ‘Dat is het mooie van lokale politiek. Je staat dicht bij de mensen, je weet waar je het voor doet. Ik kom op voor hen die het het hardst nodig hebben, niet voor degenen die zichzelf wel kunnen redden. Dat betekent dat je je moet kunnen inleven in de verhalen van mensen. Gebrek aan inlevingsvermogen leidt tot hardvochtig beleid. Daarom gaan de ambtenaren mee. Niet alleen uit empathie, maar vooral om te leren wat er fout gaat in de praktijk.’

Zo hebben de ontmoetingen in De Ark geleid tot een verruiming van het gebruik van regelingen om armoede tegen te gaan, zoals de stadspas. Volgens de politieke regels was die alleen bedoeld voor mensen met een minimuminkomen en net erboven. Moorman: ‘Maar het blijkt dat ook mensen met een hoger inkomen door hoge lasten en schulden soms zo weinig te besteden hebben, dat ze naar de Voedselbank moeten. Als dat zo is, krijgen ze tegenwoordig automatisch toegang tot de armoederegelingen. Een goed voorbeeld dat de sessies in de kerk beter beleid opleveren.’

 

Als je die overtuiging niet hebt, zit je hier op deze wethoudersstoel verkeerd.

Een voordeel is dat deelnemers aan de gesprekken met de wethouder in een kerk zich veel meer op hun gemak voelen dan voor een loket van de gemeente. De overheid kijkt naar burgers vanuit wantrouwen, de kerk vanuit vertrouwen. ‘Dat is het grote verschil ja, de overheid zou ook meer met vertrouwen moeten werken. Dat was de reden dat ik mijn boek geschreven heb. Het is bedoeld tegen het wantrouwen in de politiek. Alleen: als overheid word je soms beperkt doordat je je aan de regels moet houden. Er vallen altijd mensen buiten die regels, daarom is het mooi dat kerk en diaconie juist die mensen kan helpen. Daarom is de samenwerking zo fijn.’

Opoffering

Pasen. Heeft Marjolein Moorman daar een speciaal gevoel bij? Zegt het haar iets: dat met Pasen de opstanding van Jezus Christus wordt gevierd? Toch wel, is haar antwoord. ‘Er is iemand opgestaan uit de dood, maar ook iemand die zich heeft opgeofferd voor de mensheid. En niet zomaar iemand. Dat heeft waarde, ook voor mij.’ Ze mompelt een strofe uit de Matthäus Passion, het muziekstuk van Bach dat ze tijdens die dagen ‘grijs draait’. Maar Pasen is meer, vervolgt ze. ‘Het is het moment dat het licht weer in het leven komt, de dagen gaan lengen en de narcissen opkomen.’ Ze aarzelt even, maar voegt daar aan toe: ‘Je moet oppassen met het gebruik van het woord, maar in de politiek draait het natuurlijk ook een beetje om opoffering. Je zit hier omdat je iets wilt bereiken, het is geen baan van negen tot vijf. Het is een levensinvulling. Als je die overtuiging niet hebt, zit je hier op deze wethoudersstoel verkeerd.’