Wie ben je?
Ik heb een achtergrond als historicus. Zo rond mijn 48e heb ik een switch gemaakt en ben ik theologie gaan studeren. Daarna ben ik gaan werken als geestelijk verzorger in een verzorgingshuis. Dat vond ik heel mooi om te doen, maar ik miste ook het geloofsgesprek. Toen zag ik dat de Thomas op zoek was naar een predikant. Ik had daar een goed gevoel bij, voelde me aangetrokken tot de Thomaskerk. Ik voel mij geroepen om de gemeente hier te dienen.
Ik woon in de Rivierenbuurt met mijn vrouw. We hebben twee kinderen, van 22 en 24. Een van hen woont nog altijd in Amsterdam. In mijn vrije tijd ga ik graag naar ons buitenhuisje bij Houten. Daar hebben we een grote tuin. Het is misschien te veel gezegd dat tuinieren een hobby van me is, maar ik doe het wel. En het is ook mooi om het resultaat te zien. Ik lees veel, elke avond doe ik dat. Veel geschiedenis, maar ook wel romans. Ik ga ook weleens naar de sportschool, maar dat is zeker geen hobby.
En ik heb begrepen dat jouw vrouw degene was die voorstelde dat je theologie ging studeren?
Ja, dat klopt. Haar vader was quaker, dat is een protestantse stroming uit de 17e eeuw. Hij had een behoorlijke bibliotheek vol theologie- en quakerboeken en zo is mijn vrouw daar ook mee in aanraking gekomen. Ze vond het fijn dat ik ook naar de kerk ging – ik bezoek de Bron in de Watergraafsmeer – en een van onze kinderen is daar ook gedoopt.
En wat dacht je toen ze dat voor het eerst zei?
Ik dacht: dat is voor mensen die dominee willen worden. En dat vond ik ingewikkeld. Een dominee heeft toch een bepaalde status. Ik ben daar niet zo van. In een preek voert de dominee het woord en dan klinken de woorden van God door, of zo zou dat moeten zijn. Dat vind ik nogal wat. Ik ben ook niet zo hiërarchisch ingesteld. Ik hou van gelijkheid, ik vind het fijn om onderdeel te zijn van de gemeente. Maar tijdens mijn stages merkte ik dat het voorbereiden en leiden van kerkdiensten ook heel mooi is. Ik heb het gevoel gekregen dat ik wel iets te vertellen heb. En dat je tijdens het voorbereiden van een dienst ook iets van God meekrijgt.
Wat betekent het geloof voor jou?
Voor veel mensen is God in de hemel. En dat is ook zo. Maar voor mij is God ook het fundament van het bestaan. Hij gaat met me mee en draagt mij. Psalm 121 vind ik mooi: ‘Hij is de schaduw aan uw rechterhand’. Niemand kent jou zo goed als God, dat vind ik een mooi idee. God is nabij, en in Christus kunnen wij God ten volle leren kennen.
Ik ben in 2016 in het ziekenhuis beland met een herseninfarct. Dat was een ingrijpende ervaring, die ik nog altijd met mij meedraag. Voor mij is het geloof daardoor meer iets van het hart geworden, en minder van het hoofd. Geloof heeft voor mij te maken met ondervinding en ervaring, soms door ingrijpende gebeurtenissen, soms in kleine, dagelijkse dingen, soms in een onvoorziene ingeving. Ik hoop dat in een kerkdienst iets gebeurt waardoor mensen nieuwe wegen leren inslaan. Geloof heeft iets transformatiefs.
Je noemde net een psalm, is er voor jou ook een niet-christelijke inspiratiebron in je werk?
De geschiedenis, het idee dat al duizenden jaren mensen bezig zijn met dezelfde dingen: hun bestaan vormgeven, kunst maken, samenleven. Dat relativeert het eigen hier en nu. En dat er na ons mensen, hoop ik, ook nog duizenden jaren met elkaar zullen samenleven. Je kan heel cynisch worden van de geschiedenis, maar ik word er ook optimistisch van. Ik was gespecialiseerd in de middeleeuwse geschiedenis. De filosofie en theologie van die tijd is prachtig. Ik vind het ook verrijkend om geconfronteerd te worden met andere manieren van denken.
De natuur is ook een inspiratiebron – dat is een beetje cliché, maar toch. Ik vind het echt een mirakel: in de winter lijkt alles een dode boel, maar dan vanaf februari gaat alles weer bloeien. En ieder jaar gebeurt dat gewoon[AN1] weer opnieuw.
En tenslotte de kunst. We waren laatst naar museum de Pont in Tilburg, contemporaine kunst is dat. Er was een tentoonstelling van Steve McQueen. Een conceptuele kunstenaar die in zijn werk had nagedacht over frames. En daar speelde hij een beetje mee. Dan zie je echt een ander wereldbeeld, inspirerend om over na te denken.
Kunst, literatuur, geschiedenis – je past goed in de Thomas.
Nou ja, ik had ook kunnen zeggen: voetbal. Ik heb nog altijd de diepe wens om een keer een wedstrijd van Feyenoord in de Kuip te bezoeken. Ik ben met Feyenoord opgegroeid. Ik kom uit Nootdorp, mijn ouders kwamen uit Rotterdam-Zuid. Mijn oom heeft nog even bij Feyenoord gespeeld. Het was bij ons thuis dus Feyenoord. Als ik een shirt van Feyenoord zie, gaat mijn hart sneller kloppen.
Waar kijk je naar uit bij de Thomas?
Ik hou van mensen. Ik vind mensen en hun levensverhalen heel interessant. Dus ik kijk uit naar het pastorale. Maar ook naar de kerkdiensten, om in de loop van het jaar te zien hoe ik daar mijn eigen stempel op kan drukken.
De Zuidas is voor mij echt een vreemde wereld. Dus ik ben benieuwd naar hoe mijn ontmoetingen daar zullen zijn. Maar ik zie er naar uit om missionair te zijn, mensen van buiten de kerk te ontmoeten en om hen iets over de kerk te mogen vertellen. Ik vertel graag over de kerk, dat de kerk verrijkend is, dat de kerkdienst een mooie start van de week is, dat je in een kerkgebouw rust en stilte kan ervaren. De drempel om een kerk binnen te stappen is toch wel hoog. Ik zie het als een uitdaging om die drempel lager te maken.’




