‘Wij vonden elkaar’
“Keti Koti 2021. Hoe het kwam weet ik niet meer, maar rond 1 juli ontving de Muiderkerk een reizende tentoonstelling over het slavernijverleden (van de voormalige Werkgroep Heilzame verwerking slavernijverleden). We ontvingen vele bezoekers van Afrikaanse en Europese afkomst die – met mondkapjes op – kwamen leren over de trans-Atlantische handel in slaafgemaakten en de slavenarbeid op de plantages.
Dat jaar was er in de Muiderkerk geen Keti Koti dialoogontbijt vanwege Corona, maar wel een oecumenische dienst in de Koningskerk die ik met een groepje had voorbereid. Daar ontmoette ik Clifton Walker – de net uit Suriname overgekomen nieuwe predikant van de Koningskerk – en wij ‘vonden’ elkaar. Een plan was gauw gemaakt: we gaan een gespreksgroep organiseren voor ‘wit’ en ‘zwart’, we moeten elkaar beter leren kennen!
Door vijf seizoenen heen kwamen leden van verschillende kerken en achtergronden met elkaar in gesprek (van de Evangelische Broedergemeente Amsterdam Stad en Flevoland, de RK Annabon, leden van de Muiderkerk, de Keizersgrachtkerk, de Vrijburcht en ‘loslopende’ deelnemers). Soms een vaste kern, soms met nieuwe gezichten.
Door de jaren heen
We begonnen met verhalen over plantage Onverwagt, gekocht door voormalige slaafgemaakten. We leerden over de ondernemingszin, aspiraties en veerkracht van deze nieuwe eigenaren en over de trots van nazaten van deze families op ‘hun’ plantage. De auteur kwam een avond langs om over ‘zijn’ plantage te vertellen: Urvin Vyent, toenmalig directeur van het NinSee.
Later verdiepten we ons in de geschiedenis van Hindostaanse contractarbeiders, waarbij we werden geïnspireerd door een moeder en dochter uit de Koningskerk met een Hindostaans-Surinaamse achtergrond. We spraken door hen met professor Chan Choennie, auteur die standaardwerken schreef over Suriname.
Daarna keken we naar de rol van kerken: aanvankelijk kritisch op slavernij, maar stiller toen de welvaart ervan afhankelijk werd. De Hernhutters verbeterden omstandigheden, maar hadden weinig gedaan (of kunnen doen?) om de slavernij af te schaffen.

Greteke en Clifton in Suriname
Samen terug naar school
Walker en ik besloten in september 2025 samen een tweedaagse nascholing van de Protestantse Theologische Universiteit te volgen over het slavernijverleden van kerken. In november gingen we aansluitend naar een internationale conferentie op Curaçao met wetenschappers uit het Caribisch gebied, Noord- en Zuid-Amerika en Nederland. Daaraan koppelden we een week Suriname, met gesprekken over kerk, slavernijverleden en de doorwerking daarvan in het heden. Ik schreef erover in Volzin (februari 2026) en gaf er lezingen over.
God zij met ons Suriname
Van februari tot en met mei 2026 deden we ons vijfde leesproject. We bespraken hoofdstukken uit God zij met ons Suriname van socioloog Herman Vuijsje, die ook zelf een avond aansloot. Het werd de meest vrolijke én indringende gespreksronde, mede door gesprekken over Winti en hoe Surinaams-Nederlandse kerkleden zich daartoe verhouden. Ook Europese Nederlanders vroegen zich af welke rol voorouders spelen en waar we buiten de kerk houvast vinden.
Het is de bedoeling dat we in 2027 voor de zesde keer een leesproject gaan doen, ook al ben ik dan met emeritaat.
Persoonlijke zoektocht
Natuurlijk vraag ik me af wat ik gevonden heb door m’n vriendschap met collega Walker en wat alle informatie en belevingen vanuit de Surinaamse wereld me brengen. De broeders en zusters van Surinaamse afkomst zijn me nu vertrouwder geworden; ik snap het verlangen door nazaten van slaafgemaakten en contractarbeiders om begrip en herstel; ik begrijp waar racisme en superioriteitsgevoelens vandaan komen en ik ben me nog bewuster geworden van de rol die ons geloof kan spelen in zowel onderdrukking als bevrijding.”




