De regenboogvlag als ‘polariserend symbool’?

Die regenboog. Het blijft mensen bezighouden. Onlangs maakten we mee dat de gemeente Oldebroek de eerste was die besloot de regenboogvlag niet langer te hijsen op daartoe bestemde dagen. Onder aanvoering van de politieke partijen SGP, Christelijk Verbond Oldebroek (CVO) en Algemeen Belang Oldebroek (ABO) werd en passant besloten het hele lokale lhbtiqa+ emancipatiebeleid te schrappen. Tom de Nooijer (26), partijleider van CVO, bleek er maar wat blij mee te zijn, want hij gelooft niet in ‘polariserende symbolen’ als de regenboogvlag. Het zou allemaal bijna grappig zijn, als het tegelijk niet ook zo indroevig zou zijn.

In 1991 deed ik mee aan mijn tweede Roze Zaterdag, in Alkmaar. Ik was een jonge theologiestudent uit Kampen. Veel heeft die dag indruk op me gemaakt – onder andere hoe het hele balkon in een oude kerk het leek te begeven bij een heerlijk optreden van Marijke Boon, de zelfverklaarde ‘kroonprinses van het levenslied’, maar dat terzijde. Wat het meeste indruk maakte en wat ik nog steeds zo voor de geest kan halen, waren de voor die dag roze versierde etalages van de Alkmaarse middenstand – de een uiteraard wat uitbundiger dan de ander. Natuurlijk, ik snapte direct ook wel dat de winkeliers zo een graantje hoopten mee te pikken van al die duizenden lesbo’s en homo’s (het acronym ‘lhbtiqa+’ bestond nog niet). Het kon voor hun klinkende munt worden. En toch was dat het niet alleen, want in de jaren daarvoor was het er nog niet of heel onopvallend. Het was voor mij ook een hart onder de riem, door een stad te lopen waar niet alleen wij trots roze waren, maar dat als het ware weerkaatst zagen in het roze van de etalages.

Jaren later had ik een soortgelijke ervaring in Amsterdam. Ik weet niet meer precies welk jaar het was. Ik denk rondom de eeuwwisseling. Het was in ieder geval niet het jaar van de Gay Games, 1998, al zou ik daar in dit kader ook een hele column over vol kunnen schrijven. Hoe dan ook, ik reed met de trein vlak voor Pride de stad in. Nietsvermoedend keek ik zo wat naar buiten en toen we de toen nog fonkelnieuwe Passengers Terminal passeerden, zag ik daar een zee van regenboogvlaggen. Ja, ook weer lekker commercieel, maar ook nu was wat altijd vooral zo persoonlijk of voor ‘ons soort mensen’ was geweest opeens iets publieks geworden, waar iedereen verrukt over kon zijn. Voor mij voelde het als pure vreugde, gedragen worden, een statement dat zei ‘jij bent oké!’ en ‘wat prachtig dat we samen zo vrij en kleurrijk zijn!’ Dat er in de publieke ruimte, juist ook aan en bij publieke gebouwen, symbolen te zien zijn, die bevestigen: jij hoort er ook bij en we proberen het allemaal samen, het is van onschatbare waarde. Het gaf mij het gevoel meer dan ooit vrij te zijn.

Nog één ervaring. Fast forward. EuroPride 2016, weer in Amsterdam. Samen met Berendien Bos had ik bedacht dat we een crowdfundingsactie op touw zouden zetten voor drie reuzenregenboogvlaggen, en dat onder het motto ‘Ieder Godshuis verdient een regenboog’. Natuurlijk kenden we al de reuzenregenboogvlag aan de Westertoren, een topactie van de Stichting Homomonument, maar wij wilden met onze actie ook de geloofsgemeenschappen zelf aanspreken. Het lukte. Overal verschenen regenboogvlaggen aan of bij de kerken. Niet dat ik het zelf nog zo nodig had, maar het was weer een hart onder de riem. 5 augustus; we staan met een kleine vijftien lhbtiqa+ koren uit heel Europa op het podium van het Koninklijk Concertgebouw, voor het festival Amasing. Het Italiaanse koor is aan de beurt. Aan een van de zangers wordt gevraagd wat hij van EuroPride vond. Zijn antwoord, in het Engels uiteraard: “Het was geweldig –  vooral dat er zoveel kerken waren waar een regenboogvlag aan hing. Dat zou in Italië nooit kunnen!” Ik dacht, licht glimmend: ‘mission accomplished’.

Wat ik hiermee zeggen wil? Luister eens naar mensen, zie wat zo’n publiek symbool met ze doet, dat er onvergetelijke ervaringen mee zijn verbonden die een leven helpen dragen. Doe dat nou eerst eens, voor je zo’n publiek symbool, de regenboogvlag nog wel ‘een polariserend symbool’ gaat noemen. Echt. Ach, Tom is nog jong. Er is vast nog hoop.

ds. Wielie Elhorst