De Wallen, een dorp!

Mijn afscheid maakte me nieuwsgierig naar mijn sollicitatiebrief van ruim drie jaar geleden. Wat had ik ook alweer geschreven?

Klaas Touwen, predikant Oudekerkgemeenschap

Meteen al de derde zin ging over kerkvernieuwing, ik schreef aan de Oude Kerk: “Als cultuurdrager bent u niet slechts schatbewaarder. U durft ontmoetingen aan en hebt er fiducie in dat de rijkdom van de christelijke riten en mythen wel zal blijken, ook als de geheide kaders er minder toe doen. ‘Duurzaam doorpraten met nieuwkomers’ komt niet alleen die nieuwkomers ten goede.”

Dat heeft zich bewaarheid. Ook de kerk knapt er enorm vanop als er over kerkgrenzen heen gepraat wordt. Eén ding: je moet je als kerk dan wel ‘ontledigen’, afstand nemen van de gedachte dat de kerk patent heeft op geloof en dat het onze taak is dat geloof te verbreiden: ‘Wij hebben een woord voor de wereld,’ Nee! Dat woord is allang in de wereld, het is vleesgeworden, mens geworden. Je komt het tegen in mensen van vlees en bloed. Ik heb een hekel aan het onderscheid tussen ‘binnenkerkelijk’ en ‘buitenkerkelijk’ – het wordt helemaal hachelijk als je ‘randkerkelijk’ zou zijn, een dubbeltje op z’n kant. Nee, het evangelie neemt zijn loop op de Wallen, als kerk probeer je het – een beetje buiten adem – bij te houden, maar dat lukt niet, het evangelie loopt altijd voor je uit.

Nog een zin uit die brief, een stukje over mijn biografie, maar het sluit helemaal aan bij het voorgaande: “… Toen deed de bajes een nieuwe wereld voor mij open, waardoor mijn visie op kerk en samenleving een kwartslag is gedraaid en ik de grens tussen die twee niet zo scherp meer zie. Sindsdien zoek ik hartstochtelijk naar verbindingen tussen ‘binnen’ en ‘buiten’ omdat naar mijn inzicht de kerk geen vaststaand gegeven is maar een fluïdum, zij doet zich telkens voor waar Christus is.”

Aan het eind van de brief vermeldde ik dat ik toentertijd Dorpskerkenambassadeur was met de taak om  binnen de Protestantse Kerk in Nederland het dorpskerkendenken verder te ontwikkelen, vooral in Zuid-Nederland, in het agrarisch gebied. Een Amsterdammer noemt dat ‘de provincie’, dat is ongeveer alles buiten Amsterdam.

In mijn brief schreef ik dat wat we geleerd hebben in de Dorpskerkenbeweging ook opgaat voor ‘urbane subculturen’. Dat vermoeden had ik. En juist dat is helemaal uitgekomen. Amsterdam is een conglomeraat van dorpen en zeker de Wallen: het is een dorp! Met verschillende circuits: de bewonersorganisatie, de ondernemers, culturele instellingen groot en klein, geloofsgemeenschappen waarvan mijn vooroordelen nooit hadden kunnen bevroeden dat ik me er helemaal senang bij zou voelen. De Amsterdamse grachten, ik ben er tot tranen toe gelukkig geweest.

Uit het voorgaande wil ik één zin onderstrepen: De kerk is geen vaststaand gegeven maar een fluïdum, zij doet zich telkens voor waar Christus is.

ds. Klaas Touwen
(neemt op 27 september 2026 afscheid van de Oudekerkgemeenschap en gaat met emeritaat)