Het makkelijkste is natuurlijk om gewoon het (zwaar geromantiseerde) verhaal te vertellen van de heilig verontwaardigde monnik, die met een vel papier, een hamer en wat spijkers naar die kerk in Wittenberg toog: Maarten Luther die zijn 95 stellingen aan de deur van de Allerheiligenkerk spijkerde als aanklacht tegen een corrupte kerk. De jaren erna zorgden hij en vele anderen ervoor dat de kerk werd hervormd en weer een kerk werd van de gewone mensen. En ik zou door kunnen gaan en zeggen (met velen): we vieren die dag nog steeds, want als kerk willen we ons blijven hervormen (ecclesia reformata semper reformanda, mocht deze gen Z-er het Latijn machtig zijn). De kerk moet met haar tijd meegaan, ook vandaag voor gen Z.
Maar ik zou niets menen van wat ik zeg. Want ik geloof juist niet dat de boodschap van Hervormingsdag is dat de kerk met haar tijd mee moet gaan. Integendeel.
Om duidelijk te maken wat ik bedoel, wil ik je meenemen naar een andere (vrijwel onbekende) hervormer: Salvianus en naar een andere Hervormingsdag, maar liefst 1500 jaar geleden, naar de kerk in de vijfde eeuw na Christus. In de loop van de vierde eeuw was de kerk steeds inniger verbonden geraakt aan het Romeinse rijk. Ooit een vervolgde en gemarginaliseerde minderheid, had de kerk, na de bekering van keizer Constantijn, binnen 100 jaar een comfortabele plek gekregen in het Romeinse systeem. De kerk was deel geworden van het systeem en dankzij het systeem groeide de kerk in macht en aanzien.
Maar in de vijfde eeuw stortte die veilige wereld in. De ‘barbaren’ vielen van alle kanten het Romeinse Rijk binnen. Salvianus leefde midden in de ontwrichting op de grens van Gallië en Germania. Steden die eeuwenlang de Romeinse orde hadden belichaamd werden aangevallen en verwoest. Trier lag in puin, Keulen was in handen van vijanden en mensen uit zijn eigen familie raakten alles kwijt. De wereld waarin het christendom nog maar kort daarvoor een comfortabele plaats had verworven, viel om hem heen uiteen.
En hoe reageerden de christenen? Salvianus vertelt dat de overlevenden in het zwaar getroffen Trier aan de keizer vroegen om zo snel mogelijk de circusspelen weer te organiseren. Salvianus was geschokt. Kijk eens om je heen, zegt hij, de stad is verwoest, mensen zijn gedood en gevangengenomen, overal zijn nog de gevolgen van de ramp zichtbaar, en jullie eerste verlangen is dat het amusement terugkomt? Jullie willen je oude leven terug, maar deze ramp die ons overkomt, biedt de mogelijkheid om ons te los te schudden van onze verstrengeling met de Romeinse wereld. Doordat we verstrikt zijn geraakt in een cultuur van succes en wereldgezindheid, zijn we ons vermogen verloren om op te treden als ‘bemiddelende hoeders’ van de vrede. We zijn vergeten wat gebed en bekering zijn.
De Engelse theoloog William Inge zei eeuwen later: “The church that is married to the spirit of this age becomes a widow in the next.” Dat was precies wat Salvianus zag gebeuren. De kerk was zo innig verbonden geraakt met de Romeinse wereld, dat zij zich nauwelijks nog een toekomst buiten die wereld kon voorstellen.
Ook bij Luther was het probleem niet dat de kerk de aansluiting met de maatschappij verloren was en irrelevant was geworden. Het probleem was dat ze juist nauw verweven was met de maatschappelijke orde van haar tijd. Feodale verhoudingen, macht, bezit en financiële belangen liepen dwars door het kerkelijke systeem heen.
Grote hervormingsmomenten ontstaan niet omdat de kerk onvoldoende met haar tijd meegaat, maar omdat zij te veel van haar tijd is geworden. Dus Hervormingsdag vieren betekent onszelf als kerk de vraag stellen waar wij wat al te thuis zijn geraakt in onze eigen cultuur. Is er nog iets scherps, iets wereldvreemds aan hoe wij kerk zijn? Welke waarden van onze tijd zijn voor ons zo normaal geworden dat we ze nauwelijks meer naast het evangelie leggen? Zou het helpen als we proberen juist níét bij de tijd te zijn?
Houdt juist Gen Z ons hier misschien een spiegel voor? Een deel van hen weet vrij plotseling de kerkbanken weer te vinden. En vaak zeggen ze juist te vallen voor elementen van geloof en kerk die níét bij de dominante cultuur lijken te passen: liturgie, gemeenschap, oude teksten, toewijding en een geloof dat daadwerkelijk offers vraagt. Wat ongemakkelijk en wereldvreemd is aan het christelijk geloof, blijkt geen probleem, maar een asset. En nee, dat betekent niet dat we de kerk dan maar moeten aanpassen aan Gen Z. Het zou ironisch zijn dát weg te halen wat voor sommigen van hen juist de aantrekkingskracht van de kerk is: haar onaangepastheid.
De kerk moet niet willen trouwen met de geest van de tijd van gisteren, vandaag of morgen. Ze moet de tijd op gepaste afstand houden. Want haar liefde moet uitgaan naar de mensen. Dit is de beweging die Salvianus maakt. Het had daar en toen op kunnen houden voor de christelijke kerk: ze had kunnen verdwijnen met de Romeinse cultuur waar ze groot in werd. Maar de christenen bleken in staat zich los te schudden van de verstrengeling. Het voelde ongetwijfeld als een groot en pijnlijk verlies. Maar losgebroken uit de Romeinse ketenen, kreeg het evangelie de ruimte om zich te verbinden met de ‘barbaren’. Duizend jaar later zie je bij Luther iets vergelijkbaars gebeuren. Door afstand te nemen van de machtsstructuren kwam het evangelie weer dichter bij de gewone man en vrouw.
Dát is Hervormingsdag: een oproep om ons los te schudden van de verstrengeling met de tijd. Onaangepast en soms een beetje wereldvreemd kan de kerk een plek zijn waar mensen iets vinden wat hun tijd hun niet geven kan: de liefde van God.




