Kerk en kerst in tijden van corona

‘Bijna alles is anders…’
Kerk en kerst in tijden van corona

Mondkapjes, social distance en online vieringen: langzamerhand zijn ze niet meer weg te denken uit ons kerkelijke leven. Met wandelpastoraat, koffiedrinken via Zoom en digitale challenges proberen we in contact te blijven en de moed erin te houden. Maar nu de dagen korter worden en we niet weten wat ons de komende tijd te wachten staat, begint de maatregelmoeheid toe te slaan. De energie en creativiteit die tijdens de eerste lockdown in stad en kerk loskwamen, lijken opgedroogd. Bij veel gemeenteleden, vrijwilligers en professionals is de rek er uit.

Bij veel gemeenteleden, vrijwilligers en professionals is de rek er uit

Hebben we normaal gesproken in deze donkere tijd van het jaar iets om naar uit te kijken, nu vragen we ons af of en hoe we überhaupt kerst kunnen vieren. In zijn column in dagblad Trouw (14 november) schrijft Sylvain Ephimenco zijn frustratie hierover van zich af. Hoe moet het verder nu er een ‘coronakerst’ in aantocht is en kerst losgerukt wordt van zijn familiebetekenis? Ik voel met hem mee. Mijn grootmoeder, die Alzheimer heeft, heb ik al ruim een half jaar niet gezien. Al zou het richting het einde van dit jaar weer mogen, dikke kans dat ze mij niet meer herkent.

Geboorte van Jezus

Ook al is bijna alles anders, een ding blijft hetzelfde. In de nacht van 24 op 25 december herdenken we de geboorte van Jezus en klinkt overal in alle talen het geboorteverhaal uit Lucas 2. Coronacrisis of niet, met kerst gedenken we hoe God bij mensen kwam wonen. Dit verhaal van God-met-ons begint niet met een revolutionaire daad van een held, niet met de gedurfde ontdekking van een wetenschapper of met het vrome werk van een heilige. Nee – aldus Bonhoeffer in zijn Brevier – een kind wordt in het middelpunt van de wereldgeschiedenis geplaatst. Ook dit jaar worden we overal waar kerststalletjes verschijnen herinnerd aan het geheim van kerst, dat God in een kind onder ons aanwezig is. Wie net als Jozef en Maria, de os, de ezel, de herders en de wijzen in de ogen van dit kind kijkt, weet: ik ben gezien, gekend, geliefd. Precies daarom trekt Peter Rollins – een Ierse theoloog en filosoof – de conclusie dat Christus wordt gevonden in onze relatie met de ander (De orthodoxe ketter, 2016). En dat God alleen gediend wordt door daden van liefde, die de vreemdeling, de buitenstaander, de onbekende ander omarmt.

Een kind wordt in het middelpunt van de wereldgeschiedenis geplaatst

Maar juist dat omarmen is vanwege COVID-19 op z’n minst problematisch geworden. Als we niet uitkijken, waarschuwt godsdienstfilosoof en dichter Renée van Riessen (Op weg, ontmoeting met het jodendom, november 2020), gaan we de ander vooral als risicofactor en potentiële bron van besmetting zien. Dat mensen zoals mijn grootmoeder al maanden nauwelijks bezoek ontvangen of alleen moeten sterven, noemt Van Riessen traumatisch voor alle betrokkenen. De noodgedwongen afstand tussen jou en mij raakt op een diepe laag aan de kernvraag naar onze identiteit. Hoe kan ik mens en dús medemens zijn, als onze gezichten door mondkapjes bedenkt zijn en we letterlijk op afstand blijven?

Lachende ogen

Terwijl ik tijdens mijn vaste rondje hardlopen door het Nelson Mandela-park over dit dilemma nadenk, loopt mij een oudere dame met rollator tegemoet. Ondanks de afstand en haar blauwe mondkapje zie ik dat haar ogen naar me lachen. Ik herken haar van de week ervoor en kijk op mijn beurt haar lachend aan. Het simpele ‘hallo’ en ‘goedendag’ dat we uitwisselen terwijl we elkaar passeren, geeft me voor even vleugels. Ik realiseer me hoe waar de woorden van Hidde de Vries (trainer en oprichter van The Recharge Company) zijn: We hebben elkaar nodig voor ons zelfvertrouwen, om ons goed te voelen en om de juiste breinstofjes aan te maken. (NRC.next, 23 oktober 2020). Mensen die maandenlang alleen thuiswerken of nauwelijks bezoek ontvangen, missen het gevoel deel uit te maken van een groter geheel. Wezenlijk persoonlijk contact is de enige manier waarop we geluksgevoel en de energie die dat met zich meebrengt ervaren. Een toevallige ontmoeting in het park doet mij hopen en geloven dat uiteindelijk geen pandemie de beweging stoppen kan, die in de kerstnacht is ingezet.

Ergens tussen alle sterren
staat de ster van God
hij heeft geen naam
hij is van licht
ik weet niet
hoe ik hem herkennen kan
ik kijk omhoog
en denk bij elke ster:
misschien ben jij het wel

Ergens tussen alle mensen
komt het kind van God
hij heeft een naam
hij is van licht
ik weet niet
hoe ik hem herkennen kan
ik kijk om me heen
en denk bij ieder kind:

misschien ben jij het wel

(Kees van der Zwaard)

Geschreven door: Rosaliene Israël, scriba van de Protestantse Kerk Amsterdam.