Op paasmorgen zullen we elkaar in de Elthetokerk en wereldwijd begroeten en bemoedigen met de paasgroet: ‘De Heer is waarlijk opgestaan!’. Een moment waarbij mijn stem ieder jaar weer in mijn keel stokt van ontroering. De nieuwe paaskaars die binnengedragen wordt, met dat kleine kwetsbare vlammetje dat toch het duister verdrijft en overwonnen heeft.
Het zijn gekke tijden. ‘Dikke ikken’ roeren zich gewelddadig, destructief en stoer religieus brallend op het wereldtoneel. ‘Ik eerst’. Machtspolitiek. Het recht van de sterkste. Het internationaal recht als een wassen neus. Niet iets heel nieuws onder de zon, maar toch. Naar mijn idee is het steeds schaamtelozer. Of ervaren wij in Europa nu pas wat anderen al veel langer ervaren? De oorlogsretoriek en -industrie draaien op volle toeren. Malle megalomane machtige mannen voeren oorlog alsof het een spel is … Ik word er moedeloos van. Verdrietig, boos, bang. ‘Hopeloos’, hoor ik mezelf vaak zeggen.
Toch vieren we straks Pasen. Alle licht valt op Jezus. Op zijn weg en zijn koninkrijk. Zijn weg leek als een mislukking te eindigen aan het kruis, maar God identificeert zich met hem, wekt hem uit de dood. Zijn nederige weg van liefhebben, trouw zijn en recht doen is Gods weg, dé weg, de waarheid en het leven…
Met Pasen bemoedigen we elkaar, zingen we tegen de heersende wind in. ’Doe het tóch maar’, schrijft Bab Gons, als ze zichzelf en anderen aanmoedigt om op te blijven staan voor recht, al voelt het als tegen de stroom in zwemmen.
‘We vieren het tóch’, zo luidt een liedje van Spinvis. Zo ervaar ik ook Pasen. Pasen heeft iets opstandigs: weigeren je neer te leggen bij hoe het altijd weer gaat, het oude liedje, maar weten van een nieuw lied van hoop, recht en vrede.
We blijven het opstandig wagen met Jezus, met de tegendraadse en zachte krachten van zijn Nieuwe Wereld!
Goede Pasen!
Broedergroet,
Martijn van Laar




