Rachelle: De moed tot elkaar

In 1986 gonst het door kerkelijk Nederland en ver daarbuiten. De Remonstranten nemen een besluit dat wereldwijd veel losmaakt: voortaan kunnen twee meerderjarige mensen hun levensverbintenis in de kerk laten zegenen, ongeacht hun seksuele oriëntatie. Het gaat hier niet om een kerkelijk huwelijk. Alleen voor de wet kunnen mensen in het huwelijk treden, en wettelijk duurt het nog tot 2001 (!) voordat mensen van hetzelfde geslacht met elkaar kunnen trouwen. Wel wordt het voortaan mogelijk ook een liefdesverbond tussen mensen van hetzelfde geslacht in de kerk te zegenen.

Pride

*”Twee mensen die ten overstaan van de gemeente of haar vertegenwoordigers beloven in liefde en trouw het leven met elkaar te zullen delen, kunnen over hun aldus aangegaan verbond in een kerkdienst de zegenbede laten uitspreken.”[1]*

In 1986 gonst het door kerkelijk Nederland en ver daarbuiten. De Remonstranten nemen een besluit dat wereldwijd veel losmaakt: voortaan kunnen twee meerderjarige mensen hun levensverbintenis in de kerk laten zegenen, ongeacht hun seksuele oriëntatie. Het gaat hier niet om een kerkelijk huwelijk. Alleen voor de wet kunnen mensen in het huwelijk treden, en wettelijk duurt het nog tot 2001 (!) voordat mensen van hetzelfde geslacht met elkaar kunnen trouwen. Wel wordt het voortaan mogelijk ook een liefdesverbond tussen mensen van hetzelfde geslacht in de kerk te zegenen.

Veertig jaar later vieren we dat jubileum op zondag 9 augustus in Vrijburg samen met ds. Wielie Elhorst en ds. Rosaliene Israël. Sindsdien zijn talloze veelkleurige relaties gezegend, ook in vele protestantse kerken. Maar met de mogelijkheid van zegening zijn we er nog niet. Hoe geven we ruimte aan de veelkleurigheid van liefde en levensverbintenissen? Aan seksuele oriëntatie en genderdiversiteit?

In de Nieuwsbrief van de PKN schrijft scriba Kees van Ekris over de moed tot zichzelf, een uitdrukking die hij hoorde van Kees van der Zwaard en die hij verbindt aan Etty Hillesum: de moed om trouw te blijven aan wie je in de kern bent.

Etty Hillesum is een voorbeeld van iemand die trouw bleef aan zichzelf en zich zo verzette tegen het kwaad. Die moed tot zichzelf lees ik, in het licht van Pride, óók als de moed tot elkaar: de moed om als gemeenschap de omstandigheden te scheppen waarin LGBTQIA+’ers werkelijk veilig en vrij deel uitmaken van onze samenleving én van onze geloofsgemeenschappen.

Die ruimte ontbreekt nog vaak. Niet omdat mensen niet de moed tot zichzelf hebben, maar omdat de samenleving hun die ruimte nog te vaak ontzegt. Wereldwijd staan de rechten van LGBTQIA+’ers onder druk. De oproep LGBTQIA+ rights are human rights is daarom nog altijd actueel.

Ook dichter bij huis is acceptatie niet vanzelfsprekend. In het pastoraat heb ik meerdere keren de eenzaamheid ontmoet van jonge LGBTQIA+’ers. Dat raakt me, omdat niemand alleen zou mogen staan om wie die is of van wie die houdt.

Het landelijk bestuur van de Remonstranten (CoZa) beschreef in de jaren tachtig treffend zijn visie in een pastorale brief aan alle gemeenten na het besluit. We kunnen blijven spreken over seksuele oriëntatie, maar:

“Belangrijker is de vraag hoe wij omgaan met de vreugde en de pijn in liefde en in eenzaamheid. En hoe wij deze liefde en eenzaamheid stellen in het kader van Gods alomvattende liefde en trouw.”[2]*

Is dat niet nog altijd onze opdracht als kerk? Niet alleen ruimte bieden aan mensen, maar ook naast hen gaan staan. Opkomen voor wie wordt buitengesloten. Onze stem laten horen wanneer mensen slachtoffer worden van geweld of uitsluiting vanwege hun seksuele oriëntatie of genderidentiteit en -expressie. En dat alles gezegend, in en door Gods liefde en trouw.

De vraag aan ons als geloofsgemeenschappen is daarom niet alleen of mensen de moed hebben tot zichzelf. De vraag is ook of wij de moed hebben om een gemeenschap te zijn waarin dat werkelijk mogelijk wordt.

Hebben wij de moed tot elkaar?

Ik wens jullie een moedige Pride!

Rachelle van Andel, Predikant Vrijburg

 

 

 

 

 

 

 

 

Verantwoording:

*Voor dit artikel heb ik dankbaar gebruik gemaakt van het werk van Esther van der Panne, ‘Mijn God trouwt ook homo’s, in DNK. Documentatieblad voor de Nederlandse kerkgeschiedenis na 1800 44 (2021). Ik citeer uit het stuk  een deel van de gewijzigde kerkorde (1986) en de pastorale brief ‘levensverbintenissen’ van de CoZa.

[1] Kerkorde van de Remonstrantse Broederschap (1986), geciteerd in: Esther van der Panne, ‘Mijn God trouwt ook homo’s’, DNK. Documentatieblad voor de Nederlandse kerkgeschiedenis na 1800 44 (2021)

[2] Commissie tot de Zaken van de Remonstrantse Broederschap, Standpuntbepaling inzake Kerkordewijziging “Levensverbintenissen” (1986), geciteerd in: Esther van der Panne, ‘Mijn God trouwt ook homo’s, pg. 62, DNK. Documentatieblad voor de Nederlandse kerkgeschiedenis na 1800 44 (2021)