Hoogleraar Herman Paul over secularisatie

Herman Paul is auteur van De slag om het hart. (foto: Koos van Noppen)

‘Economie van ons hart’
Over secularisatie van het verlangen

Kort na elkaar verschenen twee boeken van de hand van Herman Paul. Qua thematiek liggen ze in elkaars verlengde: het populair wetenschappelijke Secularisatie. Een kleine geschiedenis van een groot verhaal en De slag om het hart. In het laatste boek worden theologische aanzetten gegeven voor het kijken naar secularisatie.

Herman Paul is bijzonder hoogleraar secularisatiestudies aan de Rijksuniversiteit Groningen, universitair hoofddocent geschiedenis aan de Universiteit Leiden en alumnus van De Jonge Akademie van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Naar aanleiding van zijn laatste boek komt hij voor een lezing naar de Noorderkerk. Reden voor Kerk in Mokum om hem te interviewen.

Het woord secularisatie brengt u in uw boeken niet alleen in verband met de leegloop van de kerken, maar ook met vollopende kerken. Kunt u dat uitleggen?
‘Decennialang wordt secularisatie met statistieken geassocieerd. Dat is begrijpelijk: het ging hard en het gaat nog steeds hard. Daar zijn redenen voor aan te wijzen: rationalisme, industrialisatie, modernisering, maar daar zijn mensen die in de kerk komen net zo goed aan bloot gesteld. Secularisatie doet iets met geloof, hoe dan ook. Ik wil het begrip liever meer kwalitatief dan kwantitatief invullen, inhoudelijk, als economie van ons hart. Niet stereotiep met aan de ene kant de vrome gelovige en aan de andere kant sociale druk op de kerkgang.’

Wanneer het om de kwaliteit gaat, waar denkt u dan aan?
‘Er is ook zoiets als interne secularisatie: de blijvers veranderen en ontwikkelen een andere geloofspraktijk. Dat moeten we proberen concreet te maken, niet door moralistisch te waarschuwen tegen de macht van de markt, tegen huizen- en autobezit, maar wel door ons af te vragen: hoe worden onze verlangens gevormd en misvormd?’

U onderscheid ‘geseculariseerd verlangen’ (als status, erkenning en waardering te belangrijk gaan worden) en Godsverlangen. De vraag is: hoe krijgen we die twee bij elkaar?
‘Status, erkenning en waardering speelt bijvoorbeeld sterk in de universitaire wereld. Als ik in de kerk zing, lees, luister en bid, kan mijn Godsverlangen worden gevoed. Maar je kunt het ook breder zien, in onverwachte dingen die je overkomen en die je niet in de hand hebt. Er is geen recept voor de manier waarop we ze bij elkaar kunnen krijgen. Het kerkgebouw kan een haakje in ons leven zijn, maar je moet erkennen dat het niet maakbaar, niet planmatig is hoe mensenlevens op God gericht worden. Misschien is dat een deel van het probleem én van het antwoord. Onverwachte ontmoetingen kunnen je raken. In geluk, maar ook in tegenspoed.’

Herman Paul wijst op het medische traject dat hij afgelopen tijd heeft doorlopen en waar hij altijd open over is geweest. Bij hem werd een brughoektumor geconstateerd, een goedaardig gezwel in de schedel. ‘Het ziekenhuis’, zegt hij, ‘heeft mij de laatste jaren misschien wel meer gebracht dan stille tijd. Het gaat erom wat je toevalt in het leven.’

Welke rol heeft liturgie? Is er ook niet een andere weg: samen Bijbel lezen of naar elkaars verhalen luisteren?
‘In de kerk neem je woorden op de lippen die perspectief bieden, bemoedigen corrigeren. Het is ook heel fysiek, zingen, het gaat onder je huid zitten. Dat geldt op een andere manier ook voor verhalen. Bijvoorbeeld over voorbeeldfiguren zoals kerkvader Augustinus en andere heiligen die ons zijn voorgegaan, maar ook in kleine verhalen tijdens een Bijbelgroep. Je kunt ook denken aan getuigenissen tijdens een dienst zoals we die soms in Leiden hebben. Op zo’n moment kun je een speld horen vallen. Het is niet alleen authentiek, maar ook heel intens.’

Moeten we niet oppassen dat het een gesprek tussen witte middenklassers wordt?
Een klein beetje scherp vraagt Paul: ‘Waarom denkt u dat? Deze thematiek geldt toch voor alle kerken?’ Hij valt even stil en vervolgt: ‘De voorbeelden die ik noemde komen uit mijn eigen, hoogopgeleide omgeving, maar we moeten breder kijken. Ik sprak onlangs een verpleeghuisarts die vertelde dat in het huis een verlangen bestaat naar een milde dood. Daar moeten we het óók over hebben. We moeten de dakloze aanspreken die voor de kerk zit. Je gaat je dan inderdaad afvragen waar je mee bezig bent.’

Zou de richting van zo’n gesprek het verlangen niet voorbij moeten zijn: kunnen gelovigen en ongelovigen samen helpen het Koninkrijk van God werkelijkheid te laten worden? Of is dat de keerzijde van hetzelfde verhaal?
‘Ik denk in zekere zin het laatste. Gelovigen en ongelovigen lijken misschien wel meer op elkaar dan we denken. We verlangen allemaal naar vrede en gerechtigheid. We hebben alleen niet zo’n taal om over die verlangens te praten en dat is jammer, want we hebben het nodig om niet ontmoedigd te raken.’

Herman Paul in de Noorderkerk: woensdag 23 mei
Wilt u op een andere manier naar secularisatie, de rol van geloofsgemeenschappen en uzelf kijken? Op woensdagavond 23 mei komt Herman Paul naar de Noorderkerk voor een lezing en gesprek over zijn laatste boek. In de lezing zal de auteur zijn kijk op secularisatie presenteren en vertellen hoe hij tot zijn visie op verlangen is gekomen. Aanvang 20.00 uur. Noordermarkt 48.
Meer info: noorderkerk.org

Tekst: Els van Swol. Foto: Koos van Noppen

Sluit Menu