Een sprong in het diepe
Chris en haar man Jan Willem waren op zoek naar een nieuwe woonplek, met hun kersverse gezin. Ze kende Westerwijk al, vertelt ze: “Ik kende Westerwijk omdat we lid zijn van de Jeruzalemkerk, waaraan Westerwijk altijd verbonden was geweest. Het leek mij altijd een leuke plek omdat het gemeenschapsleven mij aansprak.” Ze nam zelf contact op, en kort daarna bleek er een plekje vrij te komen voor een jong gezin.
De leefgemeenschap bestond op dat moment nog maar net. “Het was wel een sprong in het diepe, maar Jan Willem, voor wie het idee om samen iets voor anderen in de buurt te betekenen een sterke waarde is, ervoer Gods leiding bij het maken van de keuze”
De start verliep niet helemaal vlekkeloos, vertelt ze. “De communicatie rond de oplevering van onze woning liep anders dan we hadden gehoopt. Daarnaast moest onderling het een en ander uitgekristalliseerd worden binnen de leefgemeenschap, over verwachtingen van elkaar en hoe we de gemeenschap zouden vormgeven – we stapten niet zomaar in een gespreid bedje. Maar we waren erg gemotiveerd om bij te dragen aan de totstandkoming van een bloeiende leefgemeenschap.”
Vaste ritmes
Op een gewone dag in Westerwijk kom je je buren tegen in het trappenhuis of beneden bij de fietsen. “De meesten van ons gaan naar hun werk en sommigen zijn thuis bij hun kinderen.” Toch zijn er vaste momenten waarop de bewoners elkaar bewust opzoeken. “Op maandagen treffen we elkaar bij het avondeten en tweewekelijks hebben we samen een geloofsavond, waarbij we God zoeken en kwesties van het geloof bespreken en beleven.”
Daarnaast is er een vast moment voor de buurt, vertelt Chris. “Op dinsdagavond is er, vaste prik, een maaltijd voor mensen uit de buurt, die voor een paar euro lekker kunnen eten. We proberen daar als leefgemeenschap niet alleen voor te zorgen dat er eten op tafel staat, maar ook gewoon er te zijn en contact te hebben met de tafelgasten.”
Daarnaast krijgt het organisatorische een vaste plek. “We hebben maandelijks vergaderingen om zaken te bespreken zoals het beheer van het gebouw en de activiteiten voor de buurt, want naast de buurtmaaltijd hebben we activiteiten rond de christelijke feestdagen, 5 mei en de Maand van Verbinding in Amsterdam West. Maar we besteden ook aandacht aan onderwerpen die intern spelen, zoals het aantrekken van nieuwe bewoners, en soms houden we intervisie-achtige sessies waarbij we leren ons uit te spreken over wat we nodig hebben en hoe we samen kunnen groeien in gemeenschap.”
Wat het bijzonder maakt
Het bijzondere aan hier wonen, vindt Chris, is de gemene deler die de bewoners samenbindt: samenleven en actief zijn voor de buurt. “Het samen organiseren van onder andere de buurtmaaltijd en bijvoorbeeld een burenbrunch, bingo of kinderkerstfeest werkt sterk verbindend. En doordat je de maaltijd en het geloof met elkaar deelt maakt dat je aardig ‘close’ met elkaar bent.” Die verbondenheid is wel iets waar je aan moet blijven werken, benadrukt ze. “Je hoopt bovendien dat je elkaar hier helpt en dat je hier gezien wordt. Dat dat gebeurt, is geen vanzelfsprekendheid, je moet daar samen zorg voor blijven dragen.”
Zoeken naar gemeenschapsgevoel
Over de leefgemeenschap zelf zegt Chris: “De leefgemeenschap in Westerwijk is een bonte verzameling mensen en karakters die er samen iets van willen maken, maar soms nog wel eens zoekende is naar het gemeenschapsgevoel. Op dit moment bestaat de leefgemeenschap uit een groep welwillende personen die zoekende is naar de groepsidentiteit. Die beweging vindt denk ik altijd plaats, en het proces van gemeenschapsvorming is ongoing.”
Voor Chris zelf is deze samenstelling juist een verrijking, vertelt ze. “Persoonlijk vind ik het heel leuk om mijn leefgemeenschapsgenoten op maandag weer te zien. Behalve de plek waar we wonen hebben we vaak niet veel overeenkomsten, veel mensen zijn jonger en zitten in een heel andere levensfase en bubbel dan ikzelf. Ik vind het leuk om de jongere generatie te zien groeien in het leven, en andersom kunnen jongere bewoners wellicht leren van de oudere garde.”
De kinderen in de leefgemeenschap brengen iets eigens met zich mee. “Zij dragen bij aan een levendige dynamiek, die soms uitdagend is, want kinderen zijn heel puur en nemen vaak geen blad voor de mond. Het is dus vaak een drukte van belang.” En de leefgemeenschap valt ook buiten de deur op: “Mensen die langs het pand lopen, kijken soms nieuwsgierig door het raam naar binnen, en ouders van klasgenootjes zijn vaak verrast door onze woonkeuze en wat wij allemaal doen in de buurt.”
Leren ontvangen
Wat is er eigenlijk voor nodig om je echt deel te voelen van de leefgemeenschap? Het is een vraag waar Chris zelf nog mee bezig is. “Ik vraag me soms wel af wat ervoor nodig is om je echt deel te voelen, dat lijkt me een hele goede vraag voor intervisie. Je hebt er zelf denk ik een belangrijke rol in: durf je je open te stellen, mee te doen, eerlijk en kwetsbaar te zijn?”
Een inzicht dat haar daarbij verraste, vertelt ze: “Wat ik van tevoren nooit had bedacht, was dat je medebewoners er voor jou zijn. Klinkt gek, maar ik, en velen denk ik met mij, stappen hier in met het gevoel van betekenis te zijn door iets te doen voor anderen. Maar ik heb hier geleerd van betekenis te zijn door ook je hulpvragen te hebben.”
Dat werd voor haar gezin heel concreet in een zware periode. “We hebben het als gezin best pittig gehad in de tropenjaren met onze jonge kinderen, en zijn daarnaast nog eens getroffen door ziekte. In die periode leefde de leefgemeenschap enorm met ons mee en hielp ons in de zwaarste maanden, zoals door eten te koken of de kinderen op te vangen.”
Het wringen
Toch kwam er, juist door haar ziekte, na verloop van tijd iets anders naar boven, vertelt Chris. “Het ging na verloop van tijd wringen: ik ging me afvragen of ik hier nog wel op mijn plek was. Een leefgemeenschap die inzet voor de buurt als zo’n sterke pijler heeft, hoe pas ik dan nog in het plaatje? Die vraag houdt me tot op de dag van vandaag bezig, en zouden we zeker met elkaar moeten bespreken, ware het niet dat we inmiddels hebben besloten te gaan verhuizen. Mijn levenssituatie is dusdanig veranderd dat eveneens onze woonbehoeften anders zijn geworden. Maar anders had ik hier zeker bespreekbaar willen maken.”
Ze benadrukt daarbij dat dit geen verwijt is richting de leefgemeenschap. “Ik wil hiermee niet zeggen dat de leefgemeenschap ergens in gebreke is gebleven of zoiets. Maar mijn persoonlijke situatie roept bij mij wel vragen op: hoe doe je dat, gemeenschap blijven als er één, twee, of drie mensen ‘uitvallen’?”
Een wens voor de toekomst
Voor de toekomst hoopt Chris vooral op meer rust binnen de leefgemeenschap. “Ik hoop en wens dat onze leefgemeenschap een plek is waar bewoners zich gekend en gezien voelen, en dat dat onze core business is; dat we minder ‘moeten’ met elkaar en meer ruimte en tijd voelen om samen op te trekken.”
Openheid is volgens Chris het belangrijkste binnen de leefgemeenschao. “Als het niet botert in onze leefgemeenschap, komt dat vaak omdat we onvoldoende de ander hebben gehoord, of zelf onvoldoende open kaart hebben gespeeld over onze behoeften en verlangens. Dat blijft terugkomen: wees eerlijk, deel wat er leeft, luister naar elkaar en vraag door – en ontvang tevens wat een ander jou te zeggen heeft. Hoe simpel dat ook klinkt, het blijkt telkens weer een hele opgave – maar wel cruciaal om in vrede en verbondheid met elkaar te leven.”




