Geloof was in haar jeugd vanzelfsprekend, vertelt ze: “Als ik terugkijk, was naar de kerk gaan voor mij vooral een gewoonte. Er waren veel regels en ik was vooral omringd door andere christenen. Het hoorde er gewoon bij. Maar ik heb toen nooit echt een persoonlijke band met God opgebouwd. Het voelde vaak abstract, er zat weinig gevoel bij.” Op haar vijftiende zette ze zelf een stap: ze ging catechisatie volgen bij een PKN-kerk in haar dorp. “Het was een bewuste stap om naar die kerk te gaan. Hoewel het even opleefde, ben ik het uiteindelijk een aantal jaren later toch weer kwijtgeraakt.”
Terug naar de kerk
In de jaren daarna, tot haar drieëntwintigste, speelde geloof bijna geen rol meer in haar leven. Totdat ze al even in Amsterdam woonde. “Een aantal bekenden, waaronder mijn broer en schoonzus, gingen naar de Noorderkerk. Dat voelde toch vertrouwd en ik begon af en toe de diensten weer eens bij te wonen. Ergens wist ik altijd dat ik nog geloofde, maar ik hoopte dat ik op een dag zelf weer het licht zou zien. Toen mijn broer en schoonzus vorig jaar in de Noorderkerk belijdenis deden, ervoer ik een soort positieve jaloezie.”
Ze beschrijft de denkstap die ze toen maakte: “Ik wist dat ik er zelf ook wat meer toe moest zetten. Je moet toch wel naar de kerk gáán en zorgen dat je ook in die zin ‘onder het woord’ en de mensen komt. Eigenlijk trok dat mij steeds meer aan, ondanks dat ik nog steeds wel moeite voelde met mij compleet overgeven. Ik dacht: als ik dit serieus neem, moet ik mijn leven gaan veranderen. Dat voelde best heftig.”
De Alpha-cursus
Tijdens een gesprek met een dominee van de Noorderkerk kwam de Alpha-cursus ter sprake. “Eerst dacht ik: ik ben reformatorisch opgevoed, is dit wel iets voor mij? Het voelde daarnaast spannend om zo persoonlijk aan de slag te gaan met mijn geloof. Een jaar later, afgelopen zomer, veranderde er iets in mij. Ik dacht: waarom vind ik het zo lastig om mij over te geven aan God? Ik kon niet meer om Hem heen. Ik heb toen besloten me aan te melden voor de Alpha-cursus. Ik zie Gods leiding sterk in het proces van overgave en voelde mij daarna meer gesterkt door de Heilige Geest, ik ervoer echt een soort levensenergie die ik nog niet zo kende.”
Tijdens deze cursus kwam ze in gesprek met medechristenen en zoekenden, met uiteenlopende achtergronden. “In het begin dacht ik: wat gebeurt hier? Mensen met totaal verschillende achtergronden, van atheïstisch tot heel gelovig. Maar juist dat bleek zo waardevol.” De gesprekken brachten nieuwe inzichten, vertelt ze: “Anderen stelden vragen waar ik zelf nooit over had nagedacht, dat zette mij weer aan het denken. Je ontdekt dat je ondanks verschillen ook veel deelt.” Tijdens de Alpha-cursus ervoer ze stabiliteit. “Ik wist eigenlijk vrij zeker: ik wil belijdenis doen.”
Toen de belijdeniscatechisatie eenmaal begon, voelde ze iets van Gods nabijheid en die levensenergie wegebben. “Het verwarde me en ik vroeg me af: was dit het dan? Wat betekent dit nu? Ik heb toen juist geleerd dat geloven niet alleen over voelen gaat, maar ook over vertrouwen en volharden. Ik ben God dankbaar dat ik dat heb mogen leren. Hierdoor kon ik vol vertrouwen door.”
Voor en na de belijdenis
Ook rond de belijdenis zelf ervoer ze dankbaarheid vertelt ze. “Belijdenis doen voelde jarenlang als iets onbereikbaars. Dat ik nu toch op dit punt stond, is iets waar ik een jaar geleden alleen nog maar op kon hopen. Hierin zie ik echt Gods weg. Het toeleven naar zo’n speciale dienst brengt wel spanning met zich. Ik merk dat nu na de dienst de rust meer is teruggekeerd.”
Een bijzonder moment voor haar was de eerste keer avondmaal. “Wat heel bijzonder voor mij was, is dat ik voor het eerst aan mocht gaan tijdens het avondmaal. Het voelt fijn om op deze manier deel uit te maken van de Noorderkerk gemeente, maar ook van Gods gemeente als geheel en dat heeft mijn geloof gesterkt.”
Het leven met God
Op de vraag hoe het leven met God er nu uitziet, vertelt Anouck dat ze hierin lerende is en ook veel nadenkt over wat haar rol is als christen, met name ook in een stad als Amsterdam. Juist tijdens de Alpha-cursus en de belijdeniscatechisatie ontdekte ze hoeveel ze kan leren van medechristenen. “Ik dacht dat ik vanuit mijn christelijke achtergrond al veel wist, maar juist de gesprekken met anderen opende nieuwe deuren. Bijvoorbeeld over hoe je geloof vormgeeft in je dagelijkse leven en daarvan kunt getuigen. En over hoe eenvoudig geloven in essentie is, terwijl je het jezelf heel moeilijk kunt maken.”
Wat ze vooral heeft geleerd, is dat geloofsbelijdenis doen geen eindpunt, maar juist een begin is. “Ik dacht altijd: ik ben nog niet goed genoeg, ik moet nog zoveel veranderen en er moet een bepaald gevoel ontstaan. Maar ik heb geleerd dat er geen vast profiel is waaraan je moet voldoen of een soort finish die je eerst moet bereiken. God is er juist voor iedereen die Hem nodig heeft. De overgave hieraan brengt je zoveel mooie, nieuwe dingen, die je daarvoor nooit had kunnen bedenken. Daarna gaat het denk ik ook vanzelf: je ontdekt wie je bent als christen, en wat God voor je in petto heeft, en hoe je daarop moet vertrouwen. Het is dus geen eindpunt, maar juist een beginpunt.”




