Hoe ziet God er uit volgens jou?
Een lange stilte volgt. Dan schoorvoetend: “Als kind had ik wel een beeld van God. Meer dan dat ik een poppetje voor me zag, bestond het uit woorden. Vaderlijk, warm, rechtvaardig, betrouwbaar, eerlijk. De vertegenwoordiger van het goede. Maar ja, ik leefde een tijdje voort. Er kwamen barsten in dat beeld. De eerste grote op mijn vijftiende. Een meisje uit mijn korfbalteam kreeg kanker in haar knie. Het liep verkeerd af. Vlak voor ze stierf, ben ik nog op bezoek geweest. Ze praatte enthousiast over toekomstdromen. Een maand later stonden we op haar begrafenis. Toen dacht ik: elke avond heb ik voor haar gebeden en het heeft niets uitgemaakt. Ik geloof er geen barst meer van. Na haar dood ben ik een jaar niet naar de kerk geweest. Een gek gevoel, want ik had me er altijd zo prettig gevoeld.”

Je moeder is predikant. Hoe reageerde ze?
“Ze respecteerde mijn keuze. Daar stond ik niet van versteld. Wij zijn gelovig opgevoed, maar wel met een zekere nuchterheid en vrijheid. Elke dag bidden voor het eten, maar we hoefden niet naar twee zondagsdiensten en we lazen ook niet elke dag in de Bijbel.”

Hoe ben je weer bijgedraaid?
“Het maakte niets uit dat ik besloot niet meer te geloven. Ik werd er steeds weer bij getrokken, door een kracht van buitenaf. En ik voelde me ook niet bevrijd zonder geloof. Daarom heb ik de vraag wie of wat God is maar even geparkeerd en ben ik doorgegaan. Ook officieel, door de geloofsbelijdenis te doen.”

Je gaf je over omdat je je niet kon verzetten?
“Nee. Ik heb me niet klakkeloos overgegeven. Ik ben altijd kritisch geweest jegens het geloof, ook later tijdens mijn studie. Het idee van God als stoplap voor alles wat we niet kunnen verklaren, daar heb ik niet zoveel mee.”

Je miste hem ook misschien?
“Ik miste God wel, alleen, dat was allang niet meer een hem. Of een haar. God is geen tovenaar die de wereld dient te verbeteren. Het protestantisme is voor mij een mogelijke handleiding naar een goed leven. En ik hoef niet alles te weten, te begrijpen en te geloven om daarvan overtuigd te zijn.”

Je hebt zelfs besloten je brood te gaan verdienen met je religieuze overtuiging.
“Dat verbaast mij soms ook nog, al voelt het volkomen logisch. Ik wilde psychologie studeren, tot ik na de middelbare school een jaar vrijwilligerswerk deed in Frankrijk. Ik had een fiets gekocht om de omgeving te verkennen. Het was heerlijk. Ik voelde me vrij, kwam los van mijn ouders; de bekende reutemeteut. Op een dag ging ik een prachtig, oud kerkje bekijken. Ik zat voorin op een bankje en dacht: o nee, ik moet theologie studeren. Het was ineens glashelder.”

Een teken van God?
“Zo noem ik het niet, maar het komt wel ergens vandaan. Niet van mij, dat weet ik zeker.”

Hoe weet je dat zo zeker?
“Dat weet ik niet. Heb jij nooit zo’n moment?”

Jawel, maar ik ben er dan juist nogal stellig van overtuigd dat het van mij komt.
“Misschien kan het allebei. Er moet ergens contact ontstaan tussen het innerlijk en wat ik dan voel als een externe kracht. Iets in ons moet er ook zin in hebben natuurlijk.
Nou ja, noem het een epiphany, een openbaring, whatever. Voor mij was het in elk geval een opmerkelijke gebeurtenis want voor een gelovige ben ik een enorme twijfelaar.”
De Jong heeft verschillende kerkgemeenschappen bezocht om te kijken hoe hogere idealen worden vertaald naar het dagelijks leven. In Frankrijk, op het Schotse eiland Iona en bij de dominicanen in Zwolle. “Ik heb daar veel geleerd over hoe ik met mijn geloof wil omgaan. In de meer contemplatieve kloosterordes houden de leden zich vooral bezig met bidden en de rest van de tijd werken ze om dat biddende leven in stand te houden. Het dominicanenklooster was daarnaast ook erg op de buitenwereld gericht, bijvoorbeeld door hulp te bieden aan minderbedeelden.”

Dat sprak je aan?
“Ja, er is niets mis met contemplatieve kloosterordes, maar voor mij werkt practice what you preach beter.”

Heb je getwijfeld of je meer levenservaring moest opdoen voordat je de kansel op ging?
“Nee. Ik heb geen vreselijke dingen meegemaakt, maar ik kan goed luisteren en ik leef niet langs de dingen heen.”

Wijs geboren?
“Onderzoekend geboren, in elk geval. Ik ging ook geen theologie studeren om dominee te kunnen worden. Ik wilde weten wat de zin van het geloof is. Waarom geloven mensen?Wat hebben ze eraan? Wat is hoop? Wat is vertrouwen? En wat is het niet? Kortom: in het kader van het geloof zin geven aan het leven. Dat kan ook anders. Daar twijfel ik geen moment aan. Mijn huisgenoot studeert filosofie en psychologie. Zij leert een andere manier van nadenken. Er is niet één pad naar de diepte.”

Je afstudeerscriptie ging over gastvrijheid binnen het geloof. Waarom?
“Ik vroeg me van jongs af aan af wat gastvrijheid betekent in een geloofsgemeenschap. Je kunt wel roepen ‘wij zijn open’, maar dat is niet waar natuurlijk. Er zijn altijd grenzen, zéker in het geloof. Het is goed om stil te staan bij wat die grenzen precies buiten en binnen houden.”

Mijn probleem met het geloof is dat ik het idee heb dat niet-gelovigen vaak toleranter zijn jegens gelovigen dan omgekeerd, terwijl gelovigen roepen zo aan het omarmen te zijn.
“We hebben geen fijn trackrecord als het gaat om acceptatie van andersdenkenden, dat geef ik toe. Ook dat heeft te maken met gastvrijheid. In hoeverre kun je iemand laten zijn wie hij is? Het bijt dat gelovigen vaak een sterk besef van hun waarheid hebben en verder weinig toelaten. Ik geloof niet in die vorm van geloven. Ik heb de waarheid niet, noch mijn kerk of welke religie dan ook. Daarom zal je mij ook niet snel iemand zien bekeren.”

Het aantal christenen in Nederland valt terug. En dan ben je ook nog eens naar een stad gekomen waar die ontwikkeling sterker is dan in, bijvoorbeeld, de Achterhoek. In een buurt overgenomen door hipsters en moslims. Zit daar geen zendingsdrang achter?
“Om te zien hoever ik het hier weer zou kunnen schoppen met het gereformeerde geloof? Nee, dat is echt niet mijn ambitie. Ik kan het wel verduidelijken. Ik wandelde laatst met een buurtgenoot die trots vertelde dat hij zesde generatie atheïst is. Vervolgens stelde hij me aan voorbijgangers voor als de nieuwe zielzorger van Bos en Lommer. Dat vind ik nou een mooi begrip. Mijn persoonlijke geloofsovertuiging doet er niet zoveel toe als ik op straat loop. Dan denk ik vooral aan de kostbaarheid van het leven en dat je vanuit die gedachte elkaar niet discrimineert, uitscheldt, bedriegt of overal je rotzooi laat slingeren.”

Het lef nastreven om een goed mens te zijn?
“Ja. En er moeten plekken in de stad zijn waar dat streven levend wordt gehouden. Ik denk dat het christendom daaraan bijdraagt. Niet als enige, maar ook. Het is soms eng om de kerk erbij te halen omdat de misstanden er talrijk zijn, maar er komen ook echt goede dingen uit voort. De voedselbank in Bos en Lommer is opgericht door de moskee en de kerk samen. Dat is toch geweldig? Natuurlijk, de tijd waarin de dominee het allemaal beter wist, is voorbij. Zeker in Amsterdam, zeg. Gelukkig maar.”

Welke rol spelen de tien geboden in je leven?
“Het eerste gebod luidt: ‘Gij zult mijn naam niet ijdel gebruiken.’ Ik vertaal dat als: ‘Gij zult niet uw waarheid op de gehele mensheid plakken.’ Dat vind ik belangrijk.”

En niet liegen, vreemdgaan, stelen, et cetera?
“De geboden werken voor mij als een spiegel. Als ik ’s morgens opsta en er ligt nog iets wat niet helemaal oké is, roepen ze me op iets te doen.”

Jij liegt nooit?
“Vast wel. Soms is het onhandig om te zeggen wat je van iemand vindt. Maar ik probeer wel echt goed te leven. Dat is mijn plicht.”

Kan dat ook beknellend werken? Je hebt een vriend die gescheiden is. Mag dat van de geboden en jouw kerkgemeenschap?
“Ik heb er nog niemand over gehoord. En ik zou hier ook gewoon mogen samenwonen. Dus nee, als beknellend ervaar ik het niet.”

Anders zou je die stiletto’s ook niet dragen.
“Heeft dat met seksualiteit te maken?”

Onder andere, denk ik.
“Ik ben niet preuts, nee. Maar wel opgevoed met vastomlijnde ideeën over liefde en trouw. Daarmee voel ik me nog verwant. Wat niet wegneemt dat ik weet dat het huwelijk niet heilig is. De liefde in een relatie kan wegebben. Vindt God het onaanvaardbaar als mensen er dan voor kiezen uit elkaar te gaan? Ik geloof het niet. Maar ja, ik geloof gewoon heel veel niet. Ha!”

Hoe houdt de protestante gemeenschap voet aan de grond in de buurt?
“Dat wordt steeds moeilijker. Veel functies waarmee de kerk zich van oudsher verbond met haar omgeving, zijn inmiddels overgenomen door professionele welzijnsorganisaties.”

De Augustanakerk doet weinig aan, ik noem maar wat, armoedebestrijding, Nederlandse les aan allochtonen en zelfverdediging voor meisjes?
“Ja. Het draait eigenlijk nog vooral om interne geloofsbeleving: diensten, Bijbelstudie, dopen, trouwen. Eén keer in de maand is er een eetclub. We hebben een filmgroep…”

Heb je wel genoeg te doen?
“Is dit een gewetensvraag? Zo hoor ik het. Ik heb genoeg te doen, zeker. Vergeet niet dat ik pas ruim een
jaar geleden ben neergestreken, vanuit Kampen. 2013 heb ik gebruikt om de buurt te leren kennen. Eindeloos rondwandelen, vragen stellen, luisteren; dit alles om een beeld te krijgen van wat mijn taak als dominee, als zielzorger zou kunnen inhouden.”

Knaagt het gebrek aan betekenis?
“Ja. Klaarblijkelijk gaat het prima zonder ons. Dat schuurt. Hoe krijgt het geloof handen en voeten in deze tijd? Dat is de million dollar question voor de kerk. Het antwoord ligt niet voor het oprapen. In een stad als Amsterdam al helemaal niet. Neem alle leuke, biologische restaurantjes die moeite doen om werknemers van een sociale werkplaats aan te nemen. Zonder stempel van een bepaalde geloofsovertuiging. Dat werkt natuurlijk bevrijdend.”

Maar voor jou frustrerend?
“Soms ja. Maar ik ben niet negatief, ik zet mijn eigen voetafdruk wel. Laatst flyerde ik in het Erasmuspark
voor een pannenkoekenmiddag in de kerk. Een beetje ongemakkelijk, want ik ben snel bang dat ik ontzettend loop te evangeliseren en dat wil ik niet. Die middag had ik lange gesprekken met buurtgenoten die tegen hun zin werkloos thuiszitten, ongelukkig en piekerend. En dat gebeurt vaker. Totaal onverwacht ben ik dan toch de zielzorger. Dat is ook belangrijk.”

Probeer je God in zo’n gesprek te fietsen?
“Het komt niet altijd aan de orde. We moeten ons niet altijd hoeven te bewijzen. Geloof heeft ook te maken met goedertierenheid. Pfff, het is soms wel moeilijk om gewone woorden te vinden voor wat ik bedoel. Veel makkelijker om een liedje aan te halen.”

Dat mag ook.
“Ja? Stef Bos dan. Hij heeft een lied geschreven dat heet Wat ik niet ben. Lied van God. Komt ie, oké? ‘Nu ik terugkijk op mijn leven. Met nog een eeuwigheid te gaan. En ik zie wat voor ellende zich heeft voltrokken in mijn naam. Verlang ik terug naar het begin. Toen ik door niemand werd herkend.Want er wordt veel van mij gemaakt wat ik helemaal niet ben. Ik ben de liefde wordt gezegd. Gewapend tot de tanden. De pispaal voor de één, de richtlijn voor de ander. Ik voel me eenzaam en onzichtbaar, al ben ik ook bekend. Er is te veel van mij gemaakt wat ik helemaal niet ben.’ Lachen toch?”

Het is mooi.
“Er zit veel waarheid in. God heeft last van een overdaad aan projectie. En nu gaan die schoenen uit want ik word gek.

Dominee op Hakken. tekst Els Quaegebeur, fotografie Linda Stulic. PS Parool, 14 december 2013 

 Predikant: Ds. Paula de Jong, 06 1637 3625, dominee@nieuwendammerkerk.nl 

Sluit Menu