Zingen met kerk en buurt in de Nassaukerk

  • Berichtcategorie:Nieuws
Oefenen voor de Buurtcantate in de Nassaukerk, o.l.v. dirigent Josefine Straesser. Foto: Adriana Schröder

‘Interesse in elkaar’
‘Interesse is wel een mooi woord voor wat we hier met kerk en buurt hebben gedaan’, zegt Jaap Buning. Kerk in Mokum sprak met deze initiator van de Buurtcantate in de Nassaukerk. Een cantate met zelfgeschreven teksten op muziek gezet door Nico Ph. Hovius, die elke eerste zondag van de maand in de kerkdienst speelt.

Op 2 december jl. is de cantate uitgevoerd door een vierstemmig koor, bestaande uit kerkmensen en buurtbewoners. Begeleid door een handjevol  instrumentalisten onder leiding van Josefine Straesser, cantor van de Nassaukerk.

Elkaar beter leren kennen
Het woord ‘interesse’ dekt inderdaad de lading van het project. Gemeenteleden trokken de Staatsliedenbuurt in, liepen rond en hielden hun ogen goed open. ‘Ze oefenden en kregen interesse in elkaar’, zegt Jaap Buning in een gesprek voor de eerste repetitie. Woorden als exposure-traject en presentiebenadering vallen. Maar het gaat er gewoon om, niet meer en niet minder, dat gelovigen en ongelovigen, kerk en buurt, elkaar beter leren kennen en samen een cantate uitvoeren.

Verlangen
Tijdens twee workshops kwamen dertien mensen samen en maakten onder leiding van tekstschrijver en dichter Gert Jan Slump teksten op het thema ‘Verlangen’. Opvallend was hoe open de deelnemers meteen waren en in staat diepere lagen aan te boren. Voor kerkmensen zal het uiteindelijke resultaat een beetje aan het Bijbelse Hooglied doen denken. Voor niet-kerkmensen is verlangen een universeel thema, dat aanspreekt. Vol hoop maar ook vertwijfeling, met noties als ‘een stekend gemis’ en ‘een gekwetst bestaan’. Slump ging met de teksten aan de slag en zette ze in de vorm van een dialoog, tussen een ‘ik’ en een ‘jij’. Het grootste gedeelte van de tekst wordt gesproken, met improvisaties op piano eronder. Flarden uit de gedichten worden als commentaar door het koor gezongen. De cantate is inclusief een instrumentaal voor- en tussenspel. De begeleiding is in handen van twee fluitisten, een klarinettist en een saxofonist, een jonge celliste die zich via de muziekschool aanmeldde en een pianist. Er zijn, naast de muziekschool, veel contacten in de buurt geweest. Ook met basisscholen
en met het Stadsdorp Westerpark.

Koorrepetitie
Op 28 oktober vond de eerste repetitie plaats. Jaap Buning leidde deze in. Hij lichtte het ontstaan van de Buurtcantate toe en de rol van het koor bij de uitvoering. Jaap nodigde deelnemers uit om mee te denken over en inhoud te geven aan de ochtenddienst op zondag 2 december.
Aan achttien vrouwen en zeven mannen vraagt dirigent Josefine Straesser op de eerste repetitie of ze noten kunnen lezen, een instrument bespelen en/ of zangervaring hebben. Enkele mensen blijken ook in ‘haar’ cantorij in de Nassaukerk te zingen. De meesten kunnen noten lezen op het niveau dat ze kunnen zien wanneer iets omhoog of omlaag gaat, slechts een paar spelen ook een instrument of hebben dit gedaan. Na wat opwarmoefeningen (schouders los, kaak ontspannen, strottenhoofd rustig) en inzingen pakt het koor razendsnel op wat de bedoeling is. Een frase wordt op piano voorgespeeld en nagezongen.
En passant vertelt Straesser waarin je de stijl van componist Nico Ph. Hovius herkent: verhoogde tonen (fis, cis) zijn er bijvoorbeeld om een woord te  benadrukken, ‘en die mag je best wat hoger zingen’.
‘Niet slecht’, zegt ze voor de pauze. Waarom zo’n verholen compliment? ‘Dat is mijn calvinistische inslag’, lacht ze. Ze vertelt uit een muzikale familie te komen (haar oom is de inmiddels overleden componist Joep Straesser), maar van origine advocaat en bedrijfsjurist te zijn. Aan het conservatorium heeft ze eerst zang in deeltijd gestudeerd. Vanaf 2012 wijdt ze zich volledig aan muziek.

Pauzegesprekjes
In de pauze vertellen een paar mensen uit het koor hoe ze bij de Buurtcantate betrokken zijn geraakt. Sophia heeft met de teksten meegeschreven en is nauw betrokken bij de kerk en de cantorij. Ze vindt het fantastisch om te doen, juist omdat het niet binnenkerkelijk is, maar iets van de buurt. ‘Het is heel verrijkend en zo inclusief. Zo zou het eigenlijk elke zondag moeten zijn.’
Annelies is er eveneens vanuit de cantorij bij gekomen. Ze voelt zich zowel binnen als buiten de kerk staan en zegt dat het met een kerk die losgezongen is van de omgeving niet goed gaat. Daarom is ze actief in het werk voor Kerk en Buurt vanuit de Nassaukerk. Ze vindt de verbinding die de Buurtcantate legt tussen binnen- en buitenkerkelijk heel goed. Want: ‘Niet alleen binnen de kerk maar ook daarbuiten vind je Godszoekers. Door met elkaar te zingen kun je elkaar makkelijker vinden. Ik beleef er veel plezier aan.’
Ida tenslotte is niet verbonden aan de Nassaukerk, maar woont letterlijk in de buurt, naast de kerk. ‘Ik hou van zingen en vind het erg leuk om hieraan mee te doen. Ik heb sympathie voor wat de kerk in de buurt doet.’

Experiment
In die dienst van 2 december jl., een eenvoudig morgengebed, vond de opmaat plaats, met delen uit het stuk, terwijl na de koffie het hele werk werd uitgevoerd. Buning: ‘Echt meewerken aan de dienst was voor sommige nietkerkelijke buurtgenoten een stap te ver. Daarom kozen we voor die twee varianten van uitvoering. Maar het kan ook koudwatervrees van ons zijn. De tijd zal het leren, dit krijgt vast een vervolg.’

Tekst: Els van Swol
Foto: Adriana Schröder