De vreugde van Elisabet of het gefluit van viruswappies

Dit jaar lezen wij het Kerstverhaal onmiskenbaar met andere ogen. We horen van een volle herberg. Een stal, gevuld met wel heel divers samengestelde huishoudens. ‘Zij allemaal wel’, denk je dan wat grimmig vandaag. Het wordt dit jaar wel een heel stille nacht.

Toch zit er iets opmerkelijks in het Kerstverhaal. De verteller is maar zijdeling geïnteresseerd in het wereldgebeuren. Dat noemt hij de dagen van keizer Augustus, toen Quirinius landvoogd was over… enzovoort, enzovoort. Dat zijn ook onze dagen van Corona. Toen wij aan het infuus van de dagelijkse nieuwsgaring lagen. Vrolijk meededen in de meningenfabriek over hoe het wel of niet in Zweden gaat. De zoveelste provocatie van Jort Kelder of in het ophoesten – excusez moi le mot – van cijfers die altijd weer iemand beter paraat heeft.

Het wordt dit jaar wel een heel stille nacht.

Dat is het wereldgebeuren dat natuurlijk wel invloed op ons heeft – vanwege een van hogerhand bevolen volkstelling gaat iedereen op weg – maar bijbels gezien toch niet wezenlijk van belang is. Dit jaar ging ik met de gemeente aan de hand van Abraham op weg naar Kerst. Dat maakt je er nog gevoeliger voor dat er weliswaar een groot verhaal van God en mens is maar dat je dat niet klein genoeg kunt vertalen. Uiteindelijk gaat het om de individuele beslissing, in het isolement van de binnenkamer besloten, om wel of niet op de toekomst van God te vertrouwen. Misschien is het in het leven van ieder mens wel altijd een moment van een totale lockdown om daar ja of nee op te zeggen.

Uiteindelijk gaat het om de individuele beslissing om wel of niet op de toekomst van God te vertrouwen

Beide reacties horen wij op weg naar Kerst in tijden van Corona. Er is aan de ene kant, de schrille en cynische lach van Sara, de vrouw van Abraham, die zich afvraagt hoe er op haar oude dag nog toekomst kan zijn. Er is aan de andere kant de stilte van Maria die de geheimen van de hoop in haar hart bewaart. Er is het ongeloof van de oude priester Zacharias die er daarom maar het zwijgen toe doet. Er is de vreugde van zijn vrouw Elisabet die haar zwangere buik niet voor dansen kan behoeden. Er is het schrille gefluit van viruswappies die zich beroofd voelen van de wereld voor zichzelf alleen, dat het verhaal probeerde te verstoren van het leven in voorzichtigheid ten bate van de ander. De bijbel is een grootmoedig boek. Beide antwoorden, ja en nee, hebben recht van bestaan. Toch is het met handen te tasten dat deze verhalen hartstochtelijk hopen op ons ja.

Geschreven door: Evert Jan de Wijer, predikant van de Thomaskerk