Joost Röselaers ziet bubbels en mist verbinding

Foto: Robert Voorhoeve

“Populisme is een taboe in de kerk”

Hoe profetisch moet je zijn? Is er door kerken wel voldoende geluisterd naar mensen uit eigen kring die aarzelingen hadden bij het kerkasiel? Kerken laten graag zien hoe barmhartig ze zijn. Maar als iemand zegt op de VVD of PVV te stemmen, blijft het stil. Het populisme is een taboe in de kerk.” Theoloog en predikant Joost Röselaers wil de maatschappelijke onvrede graag op tafel hebben. “Ik zie veel mensen in bubbels, maar mis de verbinding.” Een gesprek met het landelijk boegbeeld van de Remonstranten. Joost is ook predikant bij Vrijburg Amsterdam.

Joost Röselaers loopt het café van debatcentrum De Balie binnen. Het is druk en lawaaierig. Voor het interview met Nieuw Wij lopen we de trap op. Hij maakt een vriendelijke, bescheiden en wat introverte indruk. Wie is deze 39-jarige theoloog die actief is bij D66 en als vrijzinnig predikant regelmatig de kolommen haalt van onder meer NRC en de Volkskrant?

“Ik voel me eigenlijk geen Nederlander, veel meer een wereldburger,” zegt hij nippend aan een glas verse sinaasappelsap. Het gesprek gaat over zijn jeugd. Tot zijn elfde woonde hij in Genève en daarna tot bijna zijn achttiende in Senegal. Zijn vader was functionaris voor de Verenigde Naties. “Ik voel me thuis op verschillende plekken, vaak heeft dat met sfeer te maken. Maar het zit beslist niet vast aan Nederland.”

Jezuïeten

Zijn tienerjaren in Afrika hebben hem gevormd, zo wordt duidelijk. “Senegal is een overwegend islamitisch land met een katholieke minderheid. Er is ruimte voor verschillen en er is ook relatief veel tolerantie. Ik ging naar een Franse school die werd geleid door paters van de Jezuïetenorde. Ik zat daar samen met andere tieners, veelal uit Afrika. Het geloof maakt op een natuurlijke manier deel uit van het leven in Afrika. Veel gesprekken hingen daar ook mee samen. Vaak is het christendom of de islam een sausje over de oude Afrikaanse manier van kijken en geloven.”

“De Jezuïeten zijn sterk intellectueel aangelegd en ook maatschappelijk betrokken. De docenten hebben me in dat opzicht gevormd. Het ging op school om meer dan alleen rekenen en taal, ook over hoe je in het leven en de wereld staat. Het geloof hield me enorm bezig. Regelmatig sprak ik ook met de vader van één van mijn beste vrienden. Die zei tegen me dat ik misschien wel theologie moest gaan studeren.”

Creatieve kant

Toen hij op 17-jarige leeftijd met zijn ouders terugkeerde naar Nederland was dat een cultuurshock voor hem. “Nederlanders zijn vaak zo direct, op het onbeleefde af. Vaak hebben ze meteen een grote bek. Ik was dat niet gewend. Op school bij de Jezuïeten in Afrika ging het er formeel en netjes aan toe. In Nederland was dat heel anders.”

Een tussenjaar op de antroposofische Vrije Hogeschool in Zeist gaf hem de kans om te wennen aan Nederland en ook andere talenten te ontwikkelen. “Mijn creatieve kant werd aangesproken. Er was ruimte om te zingen en viool te spelen.” Na dit tussenjaar begon hij met een studie theologie in Leiden waarna hij -in het voetspoor van zijn vader- diplomaat wilde worden, in dienst van Buitenlandse Zaken.

“Ik zat in de selectieprocedure en in de laatste ronde werd ik afgewezen. Dat ik als theoloog diplomaat wilde worden konden de ambtenaren van BuZa niet echt goed plaatsen. Als jurist had ik veel meer kans gemaakt. Nu denk ik: een theoloog met een brede kijk en met kennis van religie en cultuur is juist goud waard in de diplomatieke wereld.”

Ongemak

Het ongemak en de onkunde omtrent religie merkt hij ook vandaag. Röselaers: “Ik ben actief geworden binnen D66 en nu hoofdredacteur van Idee, het tijdschrift van het wetenschappelijk bureau van de partij. Ik ben blij dat binnen de partij ruimte wordt geboden aan wat ik nu inbreng. Tegelijk kan ik er niet omheen dat D66 tekort schiet als het om religie gaat. Al verandert het ongemak wel van kleur: vroeger was het uit een anti-gevoel, tegenwoordig veeleer omdat zij volstrekt onbekend zijn met het geloof. Veel partijleden weten er geen raad mee, terwijl ze ook wel zien dat het om veel meer gaat dan wat er binnen oude kerkelijke instituten gebeurt.”

Dat starre of excessieve vormen van religie, met name binnen de islam, weerstand oproepen, begrijpt hij goed. “Maar dat religie meer is dan dat, gaat er bij veel D66-ers nog steeds moeilijk in. Dat geloof mensen ook vrijheid en kracht kan geven en dat religieuze tradities inzichten en wijsheden bevatten en ook beweeglijk zijn, daarvoor bestaat niet altijd evenveel openheid.”

Lees verder: www.nieuwwij.nl

 

Tekst: Theo Brand

 

Sluit Menu