Spiritualiteit zonder yogamatje – Johan Visser

  • Berichtcategorie:Column / Corona

Echt vanzelfsprekend is het niet: spiritualiteit en de kerk. Voor mensen die bezig zijn met spiritualiteit is de kerk niet de plek waar ze met hun spirituele verlangens snel naar toe zullen gaan – al kan een kerkgebouw door de sfeer of ouderdom wel spiritueel aanvoelen. Spiritualiteit komt voor velen uit het Oosten en roept beelden op van sereen in lotushouding zittende mensen of dikke Boeddha’s die je vanaf het rek van het tuincentrum vriendelijk toelachen. De kerk daarentegen staat voor heel wat mensen voor een weinig spirituele club waar het gaat over regels en dogma’s en je geconfronteerd wordt met weinig inspirerende preken en lange, saaie kerkdiensten. Aardig wat doorgewinterde kerkgangers hebben op hun beurt ook niet zoveel met spiritualiteit, ze vinden het al gauw zweverig en te vaag. Al is dat in de kerken wel aan het veranderen.

En toch is het christendom door en door spiritueel. De kerk is geboren op het Pinksterfeest met de komst van de heilige Geest (in het Latijn Spiritus). Die Geest van kracht, inzicht en liefde was overduidelijk ook in het spreken en doen van Jezus aanwezig. Het is dan ook niet vreemd dat in de loop van de tijd er in de kerk een breed palet van spirituele praktijken en bewegingen is ontstaan. Vandaag worden die – juist omdat ook in de kerk de kaalslag en oppervlakkigheid van het moderne leven wordt gevoeld – ook weer ontdekt.

Dit spirituele verlangen in een zakelijke, vooral op het zichtbare en materiële gerichte wereld, kom ik binnen en buiten de kerk veel tegen. Ik moet daarbij denken aan gras of onkruid dat door het asfalt groeit. Het lijkt onmogelijk en verrast je in deze tijd, maar toch gaan mensen zomaar verlangen naar meer, voelen ze een onrust over hun leven dat vooral bestaat uit kopen en druk zijn of doen ze soms middenin het dagelijks leven een ingrijpende ervaring op van iets groters of diepers op.

Waar het naar mijn gevoel dan op aan komt is of de spirituele weg die je kiest meer is dan een vlucht uit de werkelijkheid. De Sloveense denker Slavoj Žižek is kritisch op veel hedendaagse spiritualiteit, omdat het dezelfde werking heeft als drugs. Mensen proberen door spiritualiteit te ontsnappen aan het ingewikkelde en onzekere leven. Je zoekt rust en balans om het vol te houden in een oppervlakkige en ingewikkelde wereld, maar jij en de wereld worden niet echt aangeraakt, laat staan veranderd. Het is spiritualiteit die je niet bij de realiteit brengt (van wat er aan de hand is met jezelf en de wereld) en je dus ook niet kan bevrijden, maar alleen verdooft en je even een geestelijk tripje uit de realiteit biedt.

Ik geloof dat we spiritualiteit nodig hebben die meer is dan opium en ik ben ervan overtuigd dat het christendom die in huis heeft: een spirituele weg die vrede geeft én onrustig maakt, die stil maakt én tot actie aanzet, die tegelijk hemels en aards is. Het bijbelse beeld van zulke spiritualiteit is water in de woestijn. In de woestijn – zowel je innerlijke woestijn als die van de wereld om ons heen – borrelt er levend water, gaat er iets stromen en bloeien. En het mooie is dat je er niet eens een yogamatje bij nodig hebt of zelfs bijzonder spiritueel voor moet zijn. Het enige is dat je in de woestijn wil en durft te blijven.

De gedachten van Žižek over hedendaagse spiritualiteit zijn te vinden in het boek van Tomáš Halík: Niet zonder hoop: religieuze crisis als kans, Utrecht 2019, blz. 39-57.

Deze blog is geschreven door Johan Visser

Deel en like deze blog